Publiek lijden in een geglobaliseerde wereld

Leo Greene is een verslaggever van de Inland Valley Daily Sun and Bulletin. Hij gaat dood. Hij gaat zo langzaam dood dat het de moeite loont daarvan verslag te doen op een weblog dat zijn krant voor hem heeft opgezet.

Dat Greene stervende is zou niemand buiten Inland Valley te weten zijn gekomen zonder nieuwe media. Zelfs nu weet niemand waar Inland Valley ligt. Waar Greene ziek is, is irrelevant. Hij lijdt in een geglobaliseerde mediawereld.

Het gaat mij nu niet om dat publieke doodgaan. Dat was al een trend in het pre-internettijdperk. Ik kan me verhalen herinneren van collega’s bij Nederlandse kranten en tijdschriften die aangrijpend verslag deden van hun laatste maanden.

Internet heeft wat prive was nog publieker gemaakt. Er wordt voor de webcam getrouwd, bevrucht en gebaard. Tot op zekere hoogte heeft dat exibitionisme ook een functie: hoe meer we delen, hoe beter social software werkt.

Als gezegd: hier gaat het nu niet om. Wat mij fascineert is die globalisering van de media. We lezen nu kranten die we vijftien jaar geleden nooit zouden hebben gekend. En we lezen nieuws dat ons toen nooit zou hebben bereikt.

Dat heeft rare consequenties. Vroeger kon pakweg The New York Times weg komen met vooroordelen of aperte fouten in berichtgeving over pakweg Belgie die nu onherroepelijk worden ontdekt, en rechtgezet.

Haaks op de trend dat we steeds meer kunnen weten over steeds meer delen van de wereld, staat de ontwikkeling dat we steeds minder interesse opbrengen voor het wereldnieuws. Dat is althans wat sociologen zeggen.

Wat gebeurt er met een samenleving waarin ook het nieuws globaliseert? Niet dat het wereldnieuws ons bereikt, want dat deed het al, met name sinds de televisie. Wat anders is, is de letterlijke grenzeloze impact van verhalen waarvan je niet meer weet wat hun relevantie was.

Reacties zijn gesloten.