Maar is het ook allemaal waar?

Een tijdlang heb ik gedacht dat het vóór alles op televisie moest lijken. Dat die lucht zo staalblauw was omdat je daar mooie, scherpe lijnen van krijgt. Alsof een regisseur het frame na frame had voorbereid.

[Maandag 11.9.2006 een avond over feit en fictie en complotten in De Balie. Hierbij de tekst van mijn column – onderdeel van PopUp]

Overdonderde openingsscène. Dan een adempauze waarin het publiek er eens goed voor kan gaan zitten. Slome, speurende blik over de skyline. En dan die bruuske camerabeweging naar boven. We zien wat zich vlak voor die eerste scène moet hebben afgespeeld. Een geraffineerd beeldrijm met wat je nog niet hebt gezien maar al wel vermoedde.

Geen geluid. Ik herinner me beelden, maar geen geluid. Ook dat had die regisseur goed gezien: achtergrondmuziek – Philip Glass – zou het ongeloofwaardig maken. Het zou niet echt meer lijken.

Een tijdlang heb ik gedacht dat het zo bedoeld was. We zijn gewend aan televisie die de werkelijkheid nadoet. Nu kregen we het andersom: werkelijkheid die op tv moest lijken. Ik dacht dat de verwarring die dat teweeg brengt – is dit echt… Hollywood… waar blijft Bruce Willis? – tenminste een nevendoel van 11 september was. Dat we achttien minuten de tijd kregen om op het dak te klimmen, camera’s scherp te stellen, reguliere uitzendingen te onderbreken, en klaar konden gaan zitten om live te zien hoe de film op gang kwam.

Nine-eleven was camerageniek. Het was een televisie-event. En het maakte op een perverse manier misbruik van onze rommelige omgang met de werkelijkheid.
We kregen de verwarring terug die we zelf hadden gesticht. Wij zelf maken immers feiten van fictie. Wij maken een soap van real life. Wij dramatiseren de wereldpolitiek. We spindoctoren een crisis. We sturen pas soldaten het strand op als de camera’s draaien. En we monteren een camera op de kop van een raket om te laten zien hoe die inslaat. Hoe precies dat kan. Hoe clean. Net een spel. Net echt.

Ik heb even gedacht dat Ninen-eleven geregisseerd was – zoals Expeditie Robinson: echt en toch gescript. De aanslagen waren echt, maar het effect dat ze op ons hadden, leek van tevoren bedacht.

Denk niet dat dat niet kan. Toen een 15-jarig meisje uit Koeweit, Nayarih, voor een commissie van het Amerikaanse congres vertelde hoe soldaten uit Irak honderden baby’s uit hun couveuses haalden en lieten sterven, begon de eerste Golfoorlog. Nu zijn we vergeten dat dat verhaal was bedacht door een pr-bureau. Dat Nayarih de dochter was van de ambassadeur van Koeweit.

Als je maar één waarheid hebt, een fundamentalistische waarheid die geen ruimte laat voor aarzeling, voel je misschien minachting voor ons. Want wij – het Westen – hebben van de werkelijkheid een spel gemaakt. Die rommelige werkelijkheid is ons zwakke punt, de weke onderbuik van onze samenleving.

2.

De waarheid is niet hetzelfde als de werkelijkheid. De waarheid is van dominees en filosofen – de werkelijkheid is van ons, en van journalisten die hem dagelijks even lenen. Maar wie hannest met de werkelijkheid, doet ook de waarheid geweld aan. En dat is wat media doen. Ze vonden infotainment uit. En docusoap. En realityshow. Die laatste twee zijn elkaars tegenpolen: de eerste laat een geregisseerde werkelijkheid zien, de tweede een authentiek spel. Maar beide zijn net zo gelogen als een echte leugen, en naar journalistiek ethische normen corrupt.

De journalistiek is de afgelopen twintig jaar onder de voet gelopen door pseudo-journalistieke media, die het “opleuken” van het nieuws tot hoogste doel hebben verheven, enthousiast terzijde gestaan door politici, Hollywoodhelden en andere publiciteitsbewuste burgers die niet in hun laatste leugen zijn gestikt.
Alles voor de kijkcijfers. Alles voor de kiesdrempel. Alles voor de hype. Het is gelogen, maar het is wat u, het publiek, verwacht.

U kijkt naar een documentaire waarin u zich wilt kunnen identificeren met een hoofdpersoon, alsof het een dramaserie is. Van de andere kant: als Bianca in Temptation Island niet echt genoeg is, maar volgens internet een acterende callgirl, is het land te klein.

Serieuze media kregen het publiek dat ze verdienen. Ze zijn gaan populariseren toen de concurrentie dat ook deed. Ze zijn het zware nieuws licht gaan brengen, en het lichte nieuws ernstig gaan nemen. Ze vonden het beeldverhaal uit, de nieuwsshow en de verkiezingsquiz. En om te laten zien dat het ze allemaal ernst was, gaven ze toe dat ze fouten maakten. Waardoor we nu al lang niet meer denken dat alles waar is wat er in de krant staat – dat het niet zo, vertellen ze er dagelijks bij.

3.

De waarheid heeft het niet makkelijk. Waarheid wordt steeds vaker wat je wilt dat waar is. We geloven wat we willen geloven. Dat is altijd zo geweest. Vermeer heeft nooit religieuze onderwerpen geschilderd. En juist daarom betaalde de Rotterdamse havenbaron Van Beuningen miljoenen voor een Vermeer die een Van Meegeren was.

Hoe gekker het nieuws, hoe eerder we onze argwaan laten varen. Daarom geloven we verhalen over kinderrovende clowns in Oude Pekela, sekskelders in Emmer Compascuum, en satanische rituelen in Kortrijk. Of dacht u nou echt dat dat albinozwijntje op de Veluwe het enige albinozwijntje was? Dat er een leeuwin rond liep bij Egmond, of een wolf in Limburg, of een leeuw bij Zeist? Dat die puma een puma was?

We laten ons bedotten en dat is er sinds internet niet minder op geworden. Met de opkomst van de internetcultuur is het hele complex van waarheid en leugen, feit en fictie, echt en onecht, vloeibaar geworden. Wie zijn muziek en films downloadt van BitTorrent, en zijn Rolex op een markt in Griekenland koopt, maalt niet om het origineel. Als hij überhaupt nog weet dat er zoiets bestaat als een origineel. Wie een videogame speelt of een avatar heeft op Second Life, weet dat de alledaagse werkelijkheid niet de enige werkelijkheid hoeft te zijn.

We beginnen te wennen aan het idee dat internet miljoenen meningen bevat, en maar heel weinig verifieerbare feiten. Dat voelt eerst akelig, als rondtasten in een volmaakt verduisterde kamer, maar je leert ermee leven.

Nieuws en opinie lopen door elkaar heen. Want internet heeft maling aan afgebakende genres. De internetcultuur zoekt de schemering op, de grenzen van wat vast lag. We hebben virtuele werkelijkheden en digitale identiteiten. Dat het echt voelt, is belangrijker dan de vraag of het echt is. Echt is buigbaar. Lenig. Veranderlijk.

We houden onszelf voor de gek, en we weten het. We willen het. We hoeven de monotone waarheid niet. We zijn gewend aan het bedrog van reclame, aan de hypes van media, aan de manipulaties van politici. En we passen ons aan. We kunnen ermee dealen.

Onze werkelijkheid is een markt. Je kunt erover onderhandelen, als over die Rolex.
De waarde die we aan “werkelijkheid” toekennen is afhankelijk van dagkoersen, die worden beïnvloed door trends en modegrillen – net als termijncontracten of opties op een aandelenmarkt. Die markt van werkelijkheid en waarheid is complexer geworden.. Opener. Iedereen mag meedoen. Kopers zijn verkopers geworden – consumenten maken hun eigen nieuws in weblogs.

Het is een surreële marktkraam waarbij de oude kaasboer ook liflafjes levert, en klanten in zijn kraam nodigt om zelf de Parmezaan te raspen.

4.

Commercialisering van de media en de proliferatie van internet hebben weinig goeds gedaan voor het imago van de journalistiek. Ik weet zeker dat de journalistiek de afgelopen tien, twintig jaar beter is geworden – maar dat is niet de perceptie van het publiek. 40-plussers kunnen het amper geloven, maar uit onderzoek blijkt telkens dat de internetgeneratie – iedereen onder de 40 – meer vertrouwen heeft in internet dan in de krant.

Daar is een reden voor. Vroeger was iets waar als het in de krant stond. Of op het Journaal was. Nu is het waar als je het kunt googlen. Het verschil is dat de internetgeneratie zelf de controle heeft, niet beter weet dan dat zij de baas zijn, en dat ze niemand zo maar vertrouwen. Een merk betekent niets meer, althans niet lang. Alleen de droge, verifieerbare feiten, zonder bijbedoelingen, zonder politieke agenda, zijn betrouwbaar.

Van dat controleren hebben de media last. In Amerika worden verslaggevers van grote kranten gestalkt door webloggers die elke letter nalezen. En het aantal journalistieke schandalen groeit, zoals blijkt uit een lijst op Wikipedia – over de betrouwbaarheid van Wikipedia zelf zullen we het nu niet hebben.

De lijst van Wikipedia telt 42 journalistieke affaires in de Verenigde Staten – iemand moet eens een Nederlandse lijst maken. Een handvol van die 42 zaken dateert van voor internet. Maar 37 ervan zijn van de laatste acht jaar.

Enkele schandalen gaan over journalistiek die ethisch niet deugde. Een krant die iets verzwijgt wat ze had moeten publiceren, een beschuldiging die niet kan worden waargemaakt, een buitenechtelijke affaire met een stagiaire ter redactie, commentatoren die steekpenningen aannemen van het Witte Huis.

In verreweg de meeste gevallen gaat het om verhalen die gefabriceerd zijn, bij elkaar gejat, verzonnen, opgeleukt. Zoals die foto van Beiroet: dreigender en donkerder gemaakt dan de werkelijkheid was – Hajj, de Libanese fotograaf is ontslagen.

5.

De fraude van Hajj werd ontdekt door bloggers. Zoals een toenemend aantal journalistieke schandalen aan het licht komt door bloggers. De journalistiek wordt niet slechter – de burger wordt beter, mondiger, machtiger.

Van de internetcultuur is onze werkelijkheid rommeliger geworden, en onze waarheid vloeibaar. Het icoon van die cultuur is de undo-knop: we denken dat we alles kunnen terugdraaien, opnieuw kunnen doen. We knippen en plakken een nieuwe geschiedenis bij elkaar. We monteren een werkelijkheid en we zeggen dat het de waarheid is over Nine-eleven.

Dat is het slechte nieuws.