Die gratis krant moet De Boekhoorn heten

De Boekhoorn – dat klinkt toch niet minder dan De Typhoon of De Stentor? Daarmee is meteen het meest dringende probleem opgelost van de gratis krant die begin volgend jaar moet verschijnen. En kan Ben Rogmans, als het van de kort gedingrechter mag de hoofdredacteur van die krant, zich buigen over echte problemen.

Het was bijna de week van Ben. Met een vet branieverhaal op De Nieuwe Reporter zette Rogmans de formule van De Boekhoorn uiteen. Een tabloid van 32 pagina’s, waarvan tien gevuld met advertenties. De 22 redactiepagina’s zijn voor iets minder dan de helft gevuld met verplichte nummers: het weer, de beurs, rtv en wat ANP-berichten.

De andere helft wordt gemaakt door een ploeg van 24 ervaren, enthousiaste, intelligente verslaggevers, aangevuld met ca 30 free lancers, twintig free lance buitenlandse correspondenten, tien columnisten en met vertalingen van de beste artikelen uit de beste internationale kranten en tijdschriften. Wie mij kent weet dat ik altijd zit te rekenen – ook nu – en ik ben tot de slotsom gekomen dat elke journalist bij mij gemiddeld 300 woorden per dag moet schrijven. Lijkt me goed te doen.

Dat zijn ferme teksten. En De Boekhoorn zal best een aardige krant worden, beter in elk geval dan oud-PCM-topman Theo Bouwman zich kon voorstellen toen hij bij zijn vertrek mopperde dat alles wat gratis is, verloedert. Het tegenovergestelde is namelijk waar: alles wat gratis is, wordt alleen maar beter.

De gratistrend is een onvermijdelijke consequentie van de overvloedigheid op de markt voor informatie. Er komen er steeds meer. In de meeste landen van Europa verschijnen gratis dagbladen, en hun gezamenlijke oplage groeit als kool. Waar ze met elkaar concurreren – zoals in Denemarken, waar er nu vijf verschijnen – moeten ze wel op kwaliteit met elkaar de strijd aangaan.

Reacties zijn gesloten.