Over de bezieling van Francisco van Jole: Google heeft geen seksappeal

30 december 2006 Geen categorie 2

Foto: MartijnWaar is de toekomst gebleven, vraagt Francisco van Jole ons af in het meest recente nummer van het techblad Bright. De schrijver, columnist, journalist en radiopresentator beklaagt zich erover dat de digitale revolutie al weer voorbij lijkt te zijn, dat het leven niet zo spannend is geworden als we eind vorige eeuw dachten dat het zou worden. En niet omdat al die voorspellingen niet zijn uitgekomen. Integendeel.

Van Jole laat zien dat we nu over ‘een duizelingwekkende hoeveelheid technologie’ beschikken, maar die lijkt ons niets meer te doen. We hebben het allemaal, maar worden er niet meer koud of warm van. We hebben digitale televisie, maar zetten na een kwartiertje zappen vermoeid de tv uit. We hebben – mijn voorbeelden – podcasts en vodcasts en godcasts, maar willen we die nog wel beluisteren?

De bezieling is weg, schrijft Van Jole. Hij klinkt teleurgesteld, soms wat blasé, been there, done that. Maar verbreedt zijn particuliere waarneming vervolgens tot een sociologische beschouwing over het futurisme. We hebben al die techniek, en vinden het allemaal even leuk, ‘maar waar het aan ontbreekt is de begeestering’. En hij haalt hoogleraar wijsbegeerte Rein de Wilde erbij voor de vaststelling dat het grote verlangen gedoofd is door overmatige consumptie. Als we alles hebben, valt er niets meer te dromen.

Bezieling

Niet alleen de modale consument maar ook de gespecialiseerde toekomstwatcher ontbreekt het aan spannende, begeesterde vergezichten. Futurologen moeten het doen zonder grootste en meeslepende nieuwe technologie. Van Jole bedoelt dat we het nu, anders dan ten tijde van de industriële revolutie, de opmars van de televisie of de internetboom, moeten stellen zonder sexy technologie.

De futuristische technologie moet bovendien ook nog eens geschikt zijn om opgepikt te worden door de media en zich zo in de ideeënwereld te verspreiden. De industriële revolutie had de krant, de ruimtevaart sprak tot de verbeelding door de televisie en de digitale revolutie creëerde met internet zijn eigen medium.

Voor technologie is nu even geen grote, bezielende rol weggelegd, constateert Van Jole. We hebben de toekomst achter ons gelaten. Tenzij we ons gaan inspannen voor ‘ecotech’, en technologie gaan gebruiken om de aarde te redden van een klimaatapocalyps zoals die wordt voorspeld door Al Gore in zijn film An inconvenient truth. Van Jole:

De industriële revolutie natuurlijk maar hetzelfde gold voor de ruimtevaart waar miljarden in werden gestoken. Ecotech zou de eerste futuristische trend zijn die door de consumenten zelf wordt afgedwongen. Niet om de toekomst te veroveren, maar omdat er anders domweg geen toekomst meer is.

Het hyper-ik

Van Jole heeft, zoals bijna altijd, tenminste voor de helft gelijk, maar niet helemaal. De bezieling die hij mist, wordt veel breder gemist, en lijkt mij niet louter het gevolg van technologische verveling. Wat we missen is Het Grote Verhaal, de ideologie die een betere toekomst in het vooruitzicht stelt. En dat missen doen we al sinds het midden van de jaren negentig, sinds Fukuyama het had over het einde van de geschiedenis.

De digitale revolutie leek toen even dat gat te vullen. We hadden een medium gevonden dat lak had aan de geografische grenzen die de wereld decennia lang met man en macht had bewaakt. En dat medium leek intens democratisch: iedereen kon er gebruik van maken, iedereen werd zijn eigen medium.

Achteraf is dat allemaal wat tegengevallen. De samenleving is van internet niet democratischer geworden, de stem van de massa of het individu in die massa wordt nauwelijks beter gehoord – dat je wat kunt roepen op je weblog wil niet zeggen dat iedereen luistert – en de geografische grenzen zijn vervangen voor etnische: we leven door elkaar heen, maar staan vijandiger tegenover andersdenkenden dan tien jaar geleden.

Tegelijkertijd heeft de toekomst ons dingen gebracht waarvan we tien jaar geleden niet droomden. Op het bizarre af is de samenleving doorschijnend geworden: schaamteloos laten we zien wie we zijn, via YouTube en Hyves en al die andere netwerken. Nee, de grote, democratische, geglobaliseerde verbanden waarvan we eens droomden, zijn er niet gekomen. Maar onze netwerken zijn wel vloeiender, mobieler, vrijer en praktischer dan we konden bevroeden.

Ik denk dat de digitale revolutie ons vooral een hyper-ik heeft gebracht, een hyperbewust ego, een ik dat zichzelf voortdurend wil manifesteren, wil tonen. Hoewel internet de suggestie in zich draagt van nieuwe collectieven, van frictieloze en belangeloze samenwerking – denk aan open source en collectieve intelligentie – valt het me op dat we vooral egoïstischer zijn geworden, ondanks of dankzij het internet.

Kijk mij eens!

Soms denk ik dat dat nog gaat veranderen. De digitale revolutie is nog maar half begrepen. We hebben de mogelijkheid van nieuwe sociale verbanden wel ontdekt, maar weten nog niet zo goed wat we ermee moeten. Het is net als met de eerste televisie: ook die gebruikten we om een ander soort radio te maken, radio met plaatjes. Precies zo gebruiken we internet nu vooral als manifestatie voor het individu – Kijk mij eens! De volle potentie, die van een netwerk dat groter is dan de som der delen, slimmer dan de massa, missen we nog.

Toen Sun en Oracle in de jaren negentig zeiden dat ‘the network is the computer’, hadden ze meer gelijk dan ze konden bevroeden. Ze schopten tegen de macht van Microsoft, maar maakten feitelijk de weg vrij voor Google, voor een technologische revolutie die op niets anders is gebaseerd dan de potentie van het netwerk.

Sexy is dat niet. Google is weliswaar een van de meest succesvolle merken van het afgelopen decennium, maar niet omdat het bedrijf in één heldere payoff kan uitleggen waarom het dat is geworden.

Misschien is dat wel het meest typerende voor de staat waarin de digitale revolutie zich nu bevindt. De prediker van die revolutie is een prediker zonder tekst, zonder bezielende boodschap, zonder seksappeal.

Reacties zijn gesloten.