Code is poetry, poetry is code

Nieuw project. En geen idee of het iemand boeit behalve mijzelf: wat hebben Gerrit Krol, Lars Gustafsson, Herwig Hensen en JM Coetzee gemeenschappelijk? Alle hebben ze iets met wiskunde of computercode en poëzie. De schoonheid van code, de verleidelijke kracht van een wiskundig bewijs. Zoiets.

Het is een oude fascinatie van me die weer bovenkwam toen ik me realiseerde dat WordPress, het pakket dat ik gebruik voor deze site, als motto “code is poetry” hanteert. In PopUp komt de associatie soms ook voor, bijvoorbeeld als we proberen te verklaren waarom open-source-vrijwilligers hun leven geven aan pakkumbeet Linux.

Dat komt, denk ik, behalve doordat programmeurs waardering krijgen van hun peers, ook ten dele doordat ze nu eenmaal kicken op een regel strakke code. Dat is tenminste iets wat ik me kan voorstellen. Ik hou van de elegantie van een perfecte kopregel boven een krantenbericht, de beschrijvende kracht van een onderschrift, een kloppend rijm.

Ik behoor tot de vreemde soort die ergens halverwege alpha en beta bungelt. Ik verdien mijn dagelijkse brood door te schrijven, heb poëzie gepubliceerd en schrijf soms kritieken over dichtbundels, maar hou er ook van te hannessen met php en mysql. Programmeren staat natuurlijk haaks op poëzie, maar juist daardoor is het zoeken naar de overeenkomsten zo boeiend.

De Zweedse dichter Gustafsson, een monument in eigen land, heeft tijdens Poetry International sterke dingen gezegd over de overeenkomsten tussen wiskunde en de poezie. Ik maak me sterk dat die ook geldig zijn voor programmeren en poëzie:


Net als de poëzie is de wiskunde heel oud, een exclusief en duidelijk onontkoombaar bestanddeel van de menselijke cultuur. Wiskunde kan voor allerlei zaken worden aangewend, van belastingaangiften tot de meting van de ouderdom van het universum en van zowat alles wat daartussen ligt. Zij wordt redelijk verafschuwd omdat zij exclusief is en het niet eenvoudig is je haar eigen te maken, zij wordt bewonderd om haar schoonheid en zij vertolkt – in haar hoedanigheid van wiskunde – geen eigen opvattingen. Het valt moeilijk te zeggen waar zij zich eigenlijk afspeelt, in de fysieke wereld, in ons bewustzijn of in een wereld buiten tijd en ruimte; haar gebleken oneindige ontwikkelingsmogelijkheden oefenen een ongehoorde aantrekkingskracht uit op degenen die erdoor gefascineerd zijn. Wiskunde is – behalve dan in haar allerprimitiefste vormen – geen bijzonder publieksvriendelijke bezigheid. Wiskundige vertogen worden in tijdschriften gepubliceerd die voortdurend verlies zouden maken als zij niet van verschillende kanten ondersteund werden en een buitengewoon succes voor een wiskundige vinding betekent niet dat deze tijdschriften worden gelezen door een groot publiek, maar waardering krijgen van hen die tijdschriften over wiskunde lezen. Een publiekelijk succes kan natuurlijk wel eens voorkomen: tot op het moment dat rekenmachientjes de markt veroverden waren logaritmetabellen een goed voorbeeld. Maar een groot publiek heeft niets met succes in de wiskunde van doen.