Ethiek online volgens Poynter

4 februari 2007 Geen categorie 2

De grondbeginselen van de journalistiek grijpen terug op de Code van Bordeaux, in 1954 opgesteld door journalisten zelf, en bijvoorbeeld de Amerikaanse Grondwet. Het Poynter instituut in San Francisco vond het afgelopen zomer tijd worden voor een discussie over de ethische uitgangspunten van online journalistiek. Dat heeft geleid tot een notitie en een wiki. Hieronder in enkele posts wat highlights en commentaar.

Wat is journalistiek? Poynter: “Het verspreiden van accurate informatie en prikkelende opinies als dienstverlening aan de lezer en de gemeenschap, verheven boven elk speciaal economisch, politiek of levensbeschouwelijk belang.” Door de opkomst van nieuwe media veranderen de rollen van nieuwsmaker en nieuwsconsument, waardoor het onderscheid vervaagt tussen feiten en meningen. En dat gaat ten koste van de betrouwbaarheid van journalisten en hun nieuwsorganisaties.

De vraag is wat je daaraan kunt doen. Of beter: wat je online meer aan kunt doen dan in een offline medium. Want de scheidslijn tussen feiten en opinie, de onafhankelijkheid van journalisten en principes van fair gedrag als hoor & wederhoor moeten al heel lang worden verdedigd. Interessant wordt het stuk van Poynter daarom waar het op zoek gaat naar de verschillen. Wat zijn de specifieke risico’s online?

De eerste typische online complicatie betreft het vervagende onderscheid tussen feiten en opinie. Vreemd is dat niet. Het net staat stijf van de meningen van niet-journalisten, terwijl klassieke media meer en meer beginnen te begrijpen dat ze met gelijke middelen de strijd om de aandacht aan moeten gaan. Denk aan een initiatief als Comment is Free van The Guardian of Volkskrantblogs.

Laat zien wat feit is, en wat opinie, zegt Poynter erover, in het volle besef dat media op internet nog volop aan het uitvinden zijn hoe je dat doet, hoe vormgeving werkt. Layout berust immers op impliciete afspraken met de lezer – cursieve kop: stukje staat waarschijnlijk net naast het reguliere nieuws – en online bestaan die afspraken nog nauwelijks.

De sleutel zit in transparantie. Laat zien wat je aan het doen bent. En overigens hechten de richtlijnen van Poynter nog erg aan objectiviteit, ook al voelen ze wel aan dat dit grondbeginsel van de journalistiek het steeds lastiger krijgt. Door de opmars van nieuwe media en interactiviteit maken we steeds meer “unedited journalism”.

We praten mee in fora en ook als we dat niet doen verlangen lezers van journalisten dat ze duidelijk maken hoe ze over een onderwerp denken – als iedereen voortdurend over alles een mening heeft, wordt de nota bene gespecialiseerde journalist die beweert geen mening te hebben bijkans ongeloofwaardig. Je moet, zegt Poynter, er voortdurend voor waken dat je mening je onafhankelijke verslaggeveving niet hindert.

Hieronder nog enkele opvallende inzichten van Poynter:

  • Professionele journalisten mogen niet anoniem meepraten op blogs of zelf onder valse naam een blog onderhouden. Wat je doet, doe je met open vizier. Commentaar: Dit betekent dat een blogger alleen serieus genomen hoeft te worden als “journalist” of “burgerjournalist” als hij onder echte naam werkt. Ik vraag me af hoe “haalbaar” en “realistisch” deze norm is.
  • Veel blogs van journalisten hanteren een persoonlijke toon. Dat is niet erg, zegt Poynter, zolang de details van het persoonlijk leven van een journalist maar niet zijn werk in de weg staat. Je kunt bijvoorbeeld als politiek journalist niet zeggen wat je gestemd hebt. Commentaar: dat staat haaks op het beginsel van transparantie. In de afweging zou ik transparantie voor laten gaan: zeg juist maar wel waar je staat.

Later meer over de rol van online journalistiek, betrouwbaarheid, en lezerscontent.

Reacties zijn gesloten.