Eén bron (generaal X) is geen bron (2)

10 februari 2007 Geen categorie 8

De Volkskrant had vandaag volledig openheid van zaken moeten geven, en niet een beetje. De krant had in de reconstructie van het martelverhaal onomwonden moeten zeggen dat generaal-majoor Neisingh de belangrijkste bron was, en daar niet slechts op moeten zinspelen. Niet omdat het voor de goede verstaander niet duidelijk is dat Neisingh uit de school klapte en dat nu niet meer wil weten, maar omdat de krant nu onbesproken moet laten waarom één bron goed genoeg was.

Neisingh was bevelhebber van de marechaussee, de militaire “politie” die onderzoek zou moeten doen naar wangedrag van Nederlandse militairen. Hij wist dat er Irakezen gevangen waren gehouden, en dat ze mishandeld waren (harde muziek, water gooien), maar meende dat er geen of onvoldoende onderzoek naar was gedaan. Dat had wel moeten gebeuren, al was het maar om toetsing door een rechter mogelijk te maken. Ook moest de suggestie van een doofpot worden vermeden.

Uit de reconstructie van Hoedeman, vandaag in de Volkskrant, blijkt dat Neisingh de enige echte bron was. Twee andere bronnen kennen het martelverhaal alleen uit de tweede hand:

Op 24 en 30 oktober 2006 spreek ik afzonderlijk met twee marechaussees die tijdens verschillende lichtingen in Irak op locatie zijn geweest. Een van hen kent het verhaal van het incident, ze zijn beiden bereid te gaan spitten of zij meer te weten kunnen komen. Het zal uiteindelijk geen verdere feiten opleveren.

Omdat Hoedeman de naam van zijn generaal X heel gewrongen weigert te noemen, kan hij ook niet uitleggen wat de credibility van zijn bron was. De lezer moet uit de context concluderen dat Neisingh de bron was, dat hij deskundig was als bevelhebber van de marechaussee en dat hij een motief had om te lekken. Neisingh vond dat de marechaussee in Irak zijn werk niet goed had kunnen doen.

Hoedeman citeert uit een rapport dat Neisingh schreef en dat hij “van een bron” (van Neisingh dus) kreeg toegespeeld:

Neisingh schrijft dat hij tijdens zijn bezoek aan Irak van 23 tot 26 september 2003 de indruk heeft gekregen dat ‘de sterke sociale controle in de weg staat van het doen van op zichzelf terechte aangiftes.’

En even verderop vertelt Hoedeman:

In de periode dat het incident speelde, waren de spanningen tussen mariniers en de marechaussee dermate hoog, dat er van incidenten soms geen aangifte werd gedaan. Marechaussees worden beschouwd als ‘matennaaiers’. De marechaussee die de zaken moet onderzoeken, is voor de veiligheid afhankelijk van degenen naar wie het onderzoek loopt. Er is een geval bekend van een marechaussee die doodsbedreigingen kreeg van mariniers, omdat hij een mogelijk strafbaar feit wilde onderzoeken. ‘Als je dat doet, knal ik je kop er af’, aldus een marinier tegen de marechaussee. Zij werden door de mariniers ook beledigd met de woorden ‘kankerjoden’ en nazi’s’.

Neisingh vreest dat de mishandeling onvoldoende onderzocht is, omdat de marechaussee het werken onmogelijk is gemaakt. En hij, Neisingh, wil niet het verwijt krijgen dat de marechaussee de zaak in de doofpot heeft gestopt.

Motieven

Hoedeman had er vandaag niet omheen moeten draaien en Neisingh moeten beschrijven als bron. Hij had, vindt ook zijn ombudsman Thom Meens, het recht daartoe omdat Neisingh zelf de publiciteit heeft gezocht. In de kwaliteit en de motieven van de bron Neisingh is misschien een rechtvaardiging te vinden voor de keuze van de Volkskrant om met die ene bron genoegen te nemen.

Het is heel opmerkelijk dat Hoedeman vandaag in zijn verantwoording de vraag niet beantwoordt of die ene bron wel goed genoeg was. Als hij dat wel had gedaan, had hij ook kunnen uitleggen wat er mis ging toen hij Willy Weerkamp, officier van justitie, om een bevestiging vroeg. Weerkamp draaide eromheen en Hoedeman vroeg niet goed genoeg door: hij vroeg wel of er aangifte was gedaan, maar niet of er onderzoek was verricht, niet of informatie was achtergehouden. Hoedeman was te hoffelijk, te aardig.

In dat laatste speelde nog iets mee. Hoedeman zocht contact met het openbaar ministerie omdat hij een bevestiging wilde van de feiten. Hij had een tweede bron nodig die bevestigde dat militairen in Irak gevangenen hadden mishandeld. Toen Weerkamp die bevestiging niet gaf, ging Hoedeman niet op zoek naar een andere bron, maar trok hij de conclusie dat er dus sprake was van een doofpot. Want dat was waar zijn primaire bron, Neisingh, bang voor was. Hoedeman had hier een win-win-situatie, die niet deugde.

Ook die laatste beslissing of afweging komt in de reconstructie niet aan de orde. Dat komt, vrees ik, doordat Hoedeman en de Volkskrant te veel bezig zijn geweest met de vraag of ze generaal X nu Neisingh konden noemen, of niet. En dat wringt des te meer omdat het verhaal over de martelingen zelf in essentie wel degelijk deugde.

Het doet denken aan een van de belangrijkste scoops in het Watergate-schandaal. Bij de vele verhalen die Bernstein en Woodward schreven voor The Washington Post zat op het hoogtepunt een onthulling die bij wijze van grote uitzondering direct afkomstig was van hun geheime bron Deep Throat (van wie we nu weten dat hij Marc Felt was, de tweede man van de FBI).

De Post vroeg van de twee verslaggevers altijd heel secuur meer dan een enkele bron te hebben voor onthullingen, maar in dit speciale geval (ik ben even kwijt wat de onthulling precies was) zochten Woodward en Bernstein net even te gewiekst naar bevestiging (“Als ik tot tien tel, en je reageert niet, heb je het bevestigt”, zei een van de twee tegen een bron, die dat spel precies andersom begreep, zo bleek later).

Reacties zijn gesloten.