Helpt een code tegen onbetrouwbaarheid?

11 februari 2007 Geen categorie 2

Anderhalve week geleden publiceerde Poynter, de Amerikaanse journalistenschool, een eerste aanzet van wat een beroepscode voor online journalistiek moet worden. Storm loopt het nog niet op de wiki. Vraag is: waar is dat eigenlijk voor nodig, zo’n richtlijn, voor wie doen we het, wat drijft de journalistiek? In de kern gaat het om betrouwbaarheid.

Hoe betrouwbaar is internet? Het hangt er maar vanaf over welk deel van internet je het hebt.
GeenStijl is minder betrouwbaar dan de gedigitaliseerde kerkrubriek van dagblad Trouw. En de online magazines Salon en Slate zijn gegarandeerd geloofwaardiger dan gossipblogger Matt Drudge, van wie eens is vastgesteld dat eenderde van zijn berichten waar is en nog eens een derde kwestieus; de rest is aperte apekool.

Het maakt uit van wie informatie afkomstig is. Journalisten claimen meestal dat hun berichtgeving zorgvuldig en betrouwbaar is, fair en onpartijdig. Wat journalistiek was en wat niet, was vroeger eenvoudig te zien. Journalisten verzamelden zich onder het logo van een medium, waarna zij zo betrouwbaar werden geacht te zijn als dat medium was. Een visitekaartje van NRC Handelsblad stond borg voor een zekere kwaliteit, een mate van betrouwbaarheid.

De bal moet tussen de palen

Op internet gaat dat anders. De mores van het medium wijken evenveel af van die van oude media als de spelregels van soccer verschillen van American football. Ja, we gaan sportief met elkaar om, er is een scheidsrechter en de bal moet tussen de palen, maar verder –. Nog ingrijpender is dat een oude, zich in zijn staart bijtende definitie (“journalistiek is wat journalisten in de media doen”) niet langer goed genoeg is. Op internet kan iedereen doen alsof hij journalist is; daar heb je geen krant, tijdschrift of omroep meer voor nodig.

De problematische betrouwbaarheid van online journalistiek was voor het Amerikaanse Poynter een van de redenen om nieuwe spelregels op te stellen, ethische guidelines voor digitale media. Op een wikisite schrijven journalisten samen aan die code, nadat een twintigtal gerespecteerde vakgenoten een half jaar geleden in een soort workshop wat uitgangspunten formuleerden. Het loopt nog geen storm op die wiki, trouwens. Zou de wereld minder zitten te wachten op die richtlijn dan Poynter dacht?

Desalniettemin is het een interessante poging, waarbij misschien twee fundamentele vragen moeten worden gesteld. De eerste is: wie bepaalt eigenlijk wat journalistiek moet zijn? Is die definitiekwestie voorbehouden aan journalisten? Lijkt me niet. Journalistiek is geen beschermd beroep. Nu steeds meer burgerjournalisten zich met dat vak bemoeien, moet allicht ook hun visie op de grenzen van de journalistiek worden meegewogen (hoe dat moet, of het zelfs maar mogelijk is, is een andere vraag).

Buitensluiten of incorporeren

Daar staat natuurlijk tegenover dat journalisten van oude media hun eigen belangen zullen willen beschermen, en zich minder bekommeren om de ethische beginselen van burgerjournalisten. Die zien ze eerder als een bedreiging voor hun goede naam, zoals kwakzalvers en charlatans de medische stand lastig vielen. Tezelfdertijd moeten ze wel rekening houden met die nieuwkomers, ongeveer zoals een oude huisarts moet bepalen hoe hij zich verhoudt tot homeopaten en acupuncturisten. (Waarmee ik niet wil beweren dat homeopaten kwakzalvers zijn; ook dat is een ander vraagstuk).

De tweede tamelijk fundamentele vraag is deze: heeft het überhaupt zin om een ethische code te bedenken voor online journalistiek? Trekken nieuwsconsumenten zich iets aan van die beginselen? En wie moet de code gaan handhaven? Zou de Raad voor de Journalistiek een rol kunnen hebben (de Raad doet nu al soms uitspraken over online media). In het ergste geval ontstaat er een code die zichzelf opnieuw in de staart bijt: van online journalistiek is sprake als de journalist zich aan de online code houdt. Zijn we dan iets opgeschoten?

Een journalistiek-ethische code die rekening wil houden met zelf nieuws producerende lezers, moet ook door die lezers worden gesteund. Het mag in elk geval niet zo zijn dat de journalistiek, waar die juist probeert de eigenaardigheden van nieuwe media te incorporeren, met een richtlijn louter bereikt dat burgerjournalisten worden buitengesloten. Als zo’n code een al te globaal monstrum wordt, waarin iedereen en dus niemand zich meer herkent, moeten we misschien teruggrijpen op de kracht van internet: waar is wat werkt, betrouwbaar is wat niet bestreden wordt.

Reacties zijn gesloten.