De kunst van het vergeten

23 februari 2007 Geen categorie 0

Eva Gerlach is de grootste dichter van Nederland. Dat is ze al dertig jaar. Al sinds haar eerste gedichten verschenen in een tijdschrift, en haar debuut Verder geen leed (1979) werd bekroond met een prijs die speciaal voor haar was bedacht. Daarna heeft ze tien bundels lang laten zien dat ze uniek is. Maar als ze niet de grootste dichter mag heten, omdat zoiets een platpopulaire Idols-competitie suggereert, dan moet Gerlach maar de meest barse zijn. Precies maar onverzoenlijk.

Waar dat barse vandaan komt? Lastig te zeggen. De gedichten van Gerlach zijn niet eenvoudig. Ook in haar vroegste, wat anekdotischer bundels, stond meer dan er leek te staan. De toon was geregeld ironisch, maar nergens werd het leuk, laat staan lollig – godlof. Gerlach wist je als lezer op te schepen met een ongemakkelijk gevoel. Iets schrijnends. Iets scheefs.

Sinds ze in 2000 de PC Hooftprijs ontving – de staatsprijs voor literatuur – is Gerlach nog ontoegankelijker geworden, maar niet minder verontrustend. Het komt niet goed in haar gedichten. Niet dat ze zeurt of sombert. Als ze schrijft over het wegraken van mensen en herinneringen, is dat vanzelfsprekend. Het is zoals het is.

Dat is al zo vanaf haar eerste bundel, die een zo volwassen indruk maakte dat maar weinigen konden geloven dat hier een debutant aan het woord was. Een oudere dichter incognito, dacht men. Gerrit Komrij werd genoemd.

Maar het was Eva Gerlach die in het openingsgedicht van Verder geen leed een tuinman tegen een vliegerend kind liet zeggen: “Eens word je meegenomen”. Daarmee was de toon gezet. Alles wat 27 jaar later terug zou komen in de nu verschenen bundel Situaties, zat er al in. De dood, dreiging, het besef dat alles stuk gaat, dat het gevaar loert, we kunnen elk moment vallen, in een droom, door de spijlen uit ons bed, uit het raam.

Nog lang nadat ze met Komrij werd verward, ging Eva Gerlach schuil achter haar pseudoniem. Ze liet zich niet interviewen, las niet voor. “Alles wat ik te vertellen heb, staat in mijn gedichten”, zei ze. Geleidelijk aan is ze opener geworden. Inmiddels is dankzij nota bene Komrij bekend dat haar echte naam Margaret Dijkstra is, dat ze opgroeide in Paramaribo, in Amsterdam ging studeren en zou blijven wonen, en dat ze onder meer werkt als vertaalster.

Haar leven valt niet samen met haar gedichten, zegt ze. Toch wordt haar poëzie zo opgevat. Als ze het over ‘een heer in een ver land heeft’, denk je aan een vader. De gedichten in Dochter (1984) zijn zo aangrijpend dat ze onmogelijk over iets anders kunnen gaan, evenmin als “De Uren”, 24 gedichten bij elk uur van de dag waarin ze aan het sterfbed van haar moeder zit. Even precies als aangrijpend. “Kom, wij gaan wachten op de dood. Ik hou/je hand goed vast, ik laat je niet meer los/zolang je leeft.”

Situaties is niet minder emotionerend, maar weerbarstiger. Herkenbare personages verdwijnen, net als elegante aforismen. “Steeds onhandiger wordt/wat je onthouden wilt over/steeds meer leven gemorst” – zo zal ze het nu niet meer zeggen. In De kracht van verlamming (1988) schreef ze over het noodlottige van een liefde als over een verkeersongeval: “die twee, tot aan het stuur in elkaar doorgereden.//Zo kalm, blind voor gevaar,//zo in elkaar verdwaald, hals over kop” Dat beeld gaat nooit meer van mijn netvlies, maar nee, ook dit doet ze niet meer zo.

Hoe wel? Er is een reeks waarin ze een pad vindt en het gewonde dier verzorgt, totdat het dood gaat. Ze ontleedt het, “dist hem op”, in beide betekenissen: op tafel uitstallen en als sterk verhaal vertellen. Dan klinkt plat maar is het niet, want Gerlach tooit de pad met taal. Het ‘zachtleerse lichaam’, ‘stikzak schrompelbuik’.

Situaties is een bundel waarvoor je moet werken. De beloning: een reeks over haar vader, waarin motieven naast elkaar lopen en zij meer dan één stem laat klinken. Of de bizarre reeks waarin een man met het hoofd van zijn vrouw onderweg is (“Bij de haren/heeft hij het vast, een tas.”).

Eva Gerlach is niet minder de dichter van de kwade dromen en de onherstelbare illusies. Ze schrijft over herinneringen, zegt men, maar dat doen er zoveel. Het verschil is dat bij andere dichters het gedicht helpt, verzoening biedt, de herinnerde weer tot leven wekt. Bij Gerlach niet. “Ars oblivionis” heet een gedicht. De kunst van het vergeten.

Niet altijd wil je onthouden.

Want er is geen troost.

Elk gedicht van haar probeert daarmee te leren leven.

Situaties. Auteur: Eva Gerlach. Uitgeverij: De Arbeiderspers. Prijs: € 17,95 (104 blz.).