We surfen niet meer, behalve Cebuco

Tijdje terug zei een van de oprichters van Sugababes.nl tegen mij dat hij – begin 20, ondernemend mediatyp – al geruime tijd geleden was opgehouden met surfen op internet. Van hot naar her hoppen, langs hyperlinks die het hele web aan elkaar knopen, hij deed het niet meer. Zijn generatie zoekt gericht, zei hij. Dat was een dodelijk precieze waarneming die helaas voorbij is gegaan aan Cebuco, de marketingorganisatie van de Nederlandse dagbladen, en STIR, de stichting internetreclame.

In een persbericht over het onderzoek naar internetbereik in 2006 spreekt STIR consequent van surfers en uren die consumenten surfend doorbrengen. We surfen met zijn allen 24% meer dan een jaar geleden, 50plussers doen dat zelfs 48% meer. En het meest wordt gesurfd door 13-34-jarigen. Zij doen dat 9,3 uur per week, precies een uur meer dan een jaar eerder.

Nergens uit het persbericht blijkt wat we onder surfen moeten verstaan, of onder een “surfpopulatie”. Achter de computer zitten terwijl op de achtergrond msn aanstaat, is dat al genoeg? Een spelletje spelen en af en toe iets opzoeken op Google? Een mmorpg spelen, rondhangen in Second Life, mailen? We weten het niet, en dus weten we ook niet welke gevolgtrekkingen je kunt peuren uit 24% meer surfen.

Surfen en surfpopulatie zijn termen van een oude mediawereld die zich vertwijfeld afvraagt waar de nieuwe mediaconsument is gebleven. Er spreekt weinig anders dan onbegrip uit. En dat wordt er niet beter op als je het persbericht van Cebuco ernaast legt. Dan realiseer je je dat je niets weet als Cebuco meldt dat in januari 4,7 miljoen mensen de sites van dagbladen hebben bezocht. En al helemaal niet als Cebuco de krantenbranche met dat cijfer feliciteert: “De nieuwsmerken blijken dus ook op het web een sterke aanzuigende werking te hebben.”

De cijferexercitie is nogal dwaas en kop-in-het-zanderig als je je realiseert dat andere nieuwssites veel sneller groeien dan krantensites. Zo is nu.nl niet in de metingen opgenomen en trekt niemand een vergelijking met sites als YouTube. Geen concurrent van de dagbladen, zegt u? Dat mochten we willen.

Reacties zijn gesloten.