Onnozele blogs en webnomaden

18 maart 2007 Geen categorie 0

Blogs zijn niet meer dan een onnozel stuk techniek, zei Francisco van Jole vorige week tijdens de presentatie van PopUp. Ze voegen minder toe, suggereert hij, dan we geneigd zijn te denken als Technorati weer eens de exponentiele groei van blogging laat zien. Blogs worden volgens Van Jole overschat: er zijn er minder dan je zou denken (want de meeste blogs worden niet onderhouden), hun informatie is irrelevant en hun impact op oude media is niet zo hevig als we denken.

Kranten verdwijnen niet door de opkomst van blogs, is een andere manier om het te zeggen. Dat is ook niet nodig. Kranten hebben genoeg aan zichzelf, aan hun eigen inertie en onvermogen tot aanpassing, om de een na de ander te verdwijnen (dat hebben ze de afgelopen veertig jaar laten zien). Als het aantal titels in hetzelfde tempo blijft afnemen, hebben we – schat ik – binnen een halve eeuw niet meer dan een handvol titels over, gratis kranten meegeteld.

De invloed van blogs op die trend, daarin heeft Van Jole gelijk, wordt vaak overschat. Ik denk dat de bloghype snel zijn plafond zal bereiken; nog even en het aantal blogs zal niet meer toenemen (en misschien wel dalen). Dat komt, geloof ik, doordat gebruikersparticipatie in de media weliswaar enorm is toegenomen sinds de opkomst van het internet, maar ook een natuurlijke grens heeft: slechts een kleine minderheid in een gemeenschap zal de rol van medium gaan vervullen.

Hoe klein de minderheid is die feitelijk nieuws – wat dat dan ook is – voor anderen gaat produceren? Een paar procent, schat ik. Nog altijd aanzienlijk meer dan het aantal journalisten in de bestaande massamedia. De grootste onzekerheid zit ‘m geloof ik in de generatiekloof: ik weet vrij zeker dat 40+ niet collectief gaat meedoen als medium, maar over de Google-generatie durf ik dat niet zo te zeggen.

MASSA

Dat het aantal nieuwsmakers betrekkelijk klein zal zijn, betekent niet dat de massamedia niets te vrezen hebben. Nieuwe mediaconsumenten doen misschien niet allemaal mee als eenpersoonsmedium, maar zullen veel van hun tijd besteden aan online communicatie over iets anders dan “nieuws” – wat we daar ook onder verstaan. Vraag voor mij is: wordt de samenleving democratischer van die herverdeling?

De vraag wordt niet door alle betrokkenen hetzelfde beantwoord. Voor journalisten zijn massamedia een vanzelfsprekende omgeving, het vehikel voor een pers die als het goed is vrij en onafhankelijk is. Democratie, massamedia en vrije pers zijn niet toevallig ongeveer gelijktijdig – rond het begin van de twintigste eeuw – ontstaan (en in de Verenigde Staten wat eerder).

De moderne mediaconsument ziet echter ook iets anders: de steeds verdere consolidatie van de macht in de massamedia. Steeds minder uitgevers en ‘anchormen’ hebben steeds meer te vertellen. Je kunt de massamedia ook vrezen, bedoel ik maar. Omdat ze commercieel zijn, omdat ze van oudsher een politiek belang dienen (al is dat verminderd naar mate de schaalgrootte toenam), omdat ze zelf niet worden gecontroleerd.

De massamedia verliezen al decennia aan massaliteit. Ze zijn over hun hoogtepunt heen en moeten het antwoord bedenken op de versplintering van het mediagedrag (dat steeds minder mediamoguls eigenaar zijn van de massamedia, is slechts een bevestiging van de trend: mediaconglomeraten hebben steeds meer moeite de versplinterde massa en de hyperindividuele consument te bereiken, reden waarom ze hun toevlucht zoeken in schaalvergroting.

Ik beweer niet dat wat er voor in de plaats komt, per se beter is (want ik kan me het perspectief van de pers als vierde macht goed voorstellen). Maar het hoeft ook niet a priori slechter te zijn. Ik stel me een toekomst voor – te beginnen over een jaar of twintig, als oudemediaconsumenten hun kritische massa zijn kwijtgeraakt – waarin media om te beginnen gepersonaliseerd zijn.

Die personalisatie zal zich zowel bij de aanbieder als de ontvanger van “nieuws” voordoen. Natuurlijk zullen we allemaal permanent via draadloze breedbandvideo met iedereen en alles in verbinding staan. We zullen onze persoonlijke keuze maken uit de stroom. Maar belangrijker, en minder belicht, is dat de aanbieders van “nieuws” personen zullen worden, steeds minder collectieven (redacties) en steeds meer individuele nieuwsmakers (ook wel journalisten genoemd, en wieweet bloggers).

WEBNOMADEN 

Er zullen nog steeds platformen zijn voor bovenindividuele nieuwsuitwisseling, maar die zullen minder lijken op een krant of een tijdschrift omdat ze niet bestendig zullen zijn, maar voortdurend van samenstelling zullen wisselen. Ze zullen “informatieclans” zijn, bevolkt door webnomaden die nu eens hier dan weer daar opduiken, met kortstondige loyaliteiten en vluchtige dogma’s.

Wat zal verdwijnen, is – met een andere metafoor geduid – de korte kop van het nieuws. The Long Tail zal blijven, maar de oude media zullen langzaam de verzamelfunctie van hits (groot nieuws, hypes) moeten afstaan. Die rol komt te liggen bij een netwerkmachine. Google misschien, of een ander social-software-zoekmachine. Of wat wel information clearinghouses worden genoemd, sites als Wikipedia, Digg of Slashdot waarbij de gemeenschap bepaalt wat belangrijk is.

Ik beweer niet dat dat een zegen is. Maar evenmin wil ik gezegd hebben – zoals Jaron Lanier deed – dat de massa tot weinig goeds in staat is. Ik zou namelijk niet weten waarom de massa online zich per se hetzelfde zou moeten gedragen als de massa offline, die – het is waar – vroeg of laat de gedaante van een meute aanneemt.