Bert Wagendorp stopt met bloggen op Volkskrantblog

Columnist Bert Wagendorp haakt af. Hij zal zijn column uit de Volkskrant niet langer posten op Volkskrantblog.nl. Genoeg vuiligheid van halvegaren over zich heen gehad. Ombudsman Thom Meens leeft mee. Hij erkent dat journalisten vaak overgevoelig zijn voor kritiek, maar blijft problemen houden met anonieme querulanten die volstrekt horkerig op de man spelen.

Ik begrijp Meens en Wagendorp – beide gewaardeerde oud-collega’s. Halvegaren en idioten horen bij het krantenvak als scherven bij glas. Je kunt erop wachten. Vroeger, toen dat vermaledijde internet nog niet bestond, lieten we een oudere, bedachtzame maar wat vermoeide redacteur dat gajes op een afstand houden. Hij deed de ingezonden brieven.

Dat gaat nu niet meer. Internet gaat niet meer weg, net zo min als gesneden ontbijtkoek en all-inclusive-vliegvakanties. Lezers blijven zich met ons bemoeien, ze kunnen terugpraten en eisen dat er naar hen wordt geluisterd. Daarbij komt de redelijkheid en openheid van slechts een kant: de journalist, vindt de lezer, moet stilzitten als-ie geschoren wordt.

Daar is natuurlijk niets redelijks aan. Ik hoor Wagendorp al briesen, en bries – hem monter op de schouder slaand – met Wagendorp mee. Het is tuig van de richel dat hem op zijn eigen blog verdacht maakt, dat hem vanuit een anonieme schuttersput neermaait en denkt zich alles te kunnen permitteren omdat je sinds enige tijd mag zeggen wat je denkt.

Maar het gajes is de uitzondering. Bert Wagendorp erkent dat. Dat hij wijkt voor een minderheid, is heel begrijpelijk, maar ook jammer. Want er waren allicht pragmatische oplossingen te bedenken. Ik weet natuurlijk niet wat de Volkskrant al heeft geprobeerd, maar men had de reacties op Wagendorps blog kunnen zeven (modereren). Ook was het misschien mogelijk geweest alleen zonder tussenkomst van de redactie reacties te plaatsen van reageerders van wie al een keer eerder een reactie was goedgekeurd.

Dat zijn halfzachte oplossingen, ik weet het. Geen rechte rug, weinig principieel. Maar wie heeft gezegd dat je altijd consequent moet wezen? Duidelijk wel, open en transparant, zeker. Maar wat je ook verzint tegen de wet van behoud van bagger, de wet zelf blijft gelijk. Daar is het een wet voor: Wat je ook doet, op een open forum duiken altijd idioten op die met bagger smijten.

Blijven twee vragen over. De eerste: is anonimiteit verwerpelijk? Niet per se. Het werkt als regel – niet in de uitzonderingen – prima op internet, het is de default instelling, en niet meer terug te draaien. In een digitale wereld waarin alles over je wordt vastgelegd, wat je doet, wie je bent, welke sites je bezoekt, welke zoekvragen je intikt, wie je vrienden zijn – in die wereld is anonimiteit of pseudonimiteit zelfs een noodzakelijk kwaad.

De tweede vraag: kunnen we slimmer omgaan met reacties en andersoortige bijdragen van lezers. Ik denk het wel. Hoewel ik erken dat het probleem grilliger en minder hanteerbaar wordt naar mate een site meer een algemeen nieuwskarakter heeft, geloof ik dat het mogelijk moet zijn om lezers elkaar te laten modereren. Zoiets heet een reputatiesysteem en kranten hebben nog maar hele kleine benarde pogingen gedaan om ermee te leren omgaan.

De onderliggende vraag is natuurlijk deze: moeten we ons uberhaupt iets van die lezers aantrekken? Was het toch niet beter enige afstand te houden en als professionals ons werk te doen? Is dat niet de rol van de journalisten, is dat niet waar we goed in zijn? Zijn wij niet de oplossing voor het probleem, meer dan onderdeel van het probleem zelf?

Dat “probleem” zou dan de samenleving moeten zijn, die zonder betrouwbare informatie niet goed kan functioneren. Maar wie denkt dat de journalist het best zonder zijn lezers kan – anders dan als makke schapen -, idealiseert het verleden en onderschat de toekomst. Dankzij de journalistiek, nu eenmaal een machientje van emancipatie, zijn die lezers mondiger geworden. De geest is uit de fles. Zoiets draai je niet meer terug.

Lezers zijn zich daar zeer van bewust. Niet dat ze allemaal terug willen praten, maar hun mondige minderheid is groot genoeg om zich luidkeels te storen aan de afstandelijke, soms arrogante houding van journalisten die de indruk wekken maling te hebben aan hun publiek. De toon wordt dan snel onaangenaam: als jullie denken dat je het zonder ons kunt, zullen wij laten zien dat we jullie ook kunnen missen als kiespijn.

Dit is wat je noemt een vertrouwensbreuk. En uiteindelijk zit er voor de journalistiek niets anders op dan te proberen dat vertrouwen terug te winnen. Door glashelder te zijn, door verantwoording af te leggen, door telkens opnieuw te willen luisteren en lezers te betrekken bij het maken van nieuws en het op orde houden van de gemeenschap rond dat nieuws.

Reacties zijn gesloten.