Typologie van de trol

Hij is miskend, teleurgesteld en boosaardig. Zijn pen is scherp maar gelijkhebberig. Hij zevert en zeurt, miezert en mauwt, maar met de volharding van de ware gelovige. Hij is de mediatrol, de digitale wedergeboorte van de krantenquerulant. Indringer, stalker, bloedzuiger. De evangelist van een eenpersoons godsdienst. De Man van het Grote Gelijk.

Trollen horen bij internet als bits bij bytes, als bier bij Bratwurst, als bomen bij bos. Ze zijn zo oud als de wereld. Of ten minste dan toch zo oud als de mediawereld. Sinds er media zijn, sinds we niet meer alles tegen iedereen kunnen zeggen omdat we domweg met te veel zijn, sinds we dorpsomroepers nodig hebben en kleitabletten, fabelzangers en dagbladschrijvers, hebben we ook te stellen met de ongelukkigen-van-geest die zich tekort gedaan voelen omdat ze niet in het middelpunt van de belangstelling staan, omdat er niet naar hen wordt geluisterd, omdat ze niet worden geloofd.
Zij allen zijn trollen.
Vroeger, toen internet nog niet bestond, noemden we ze querulanten. Lastpakken. Gekken en idioten. Paradijsvogels (als ze vooral gek waren, soms zelfs geestig en lucide, en niet zo vervelend). Je had er doorlopend dronken dichters bij van miskende oeuvres, gekortwiekte wetenschappers, gemankeerde oplichters, would-be staatslieden en regelrechte psychopaten.
Elke krant waar ik heb gewerkt, had zijn eigen elftal querulanten. Een enkeling belde geregeld met de redactie en eiste dan op hoge toon een onderhoud met de hoofdredacteur; en elke rookie op de redactie kreeg hem ooit doorverbonden: “Luister eens goed naar die man, is meestal een hele betrouwbare tipgever.”
Dat deed je maar één keer.
Daarna kende je je pappenheimers.
De meesten querulanten schreven brieven; twee, drie of nog meer in de week, niet zelden zeer behoorlijk geformuleerd, op deugdelijk briefpapier, onder een ernstig briefhoofd (dr.drs. Van Hier tot Zevenaer). Soms werd per ongeluk zo’n brief geplaatst, waarna de ingezondenbrievenschrijver met oplevend fanatisme zijn moyenne opvoerde. Meestal kreeg hij een laf getoonzet standaardbriefje (“vanwege het overweldigende aanbod zijn wij helaas…”) retour, maar na verloop van tijd ook dat niet meer.
De meest overtuigde querulanten, degenen met de ware missiedrang, moeten op de zwarte lijst hebben gestaan bij meer dan één krant omdat ze hun brieven in veelvoud verzonden, naar elk denkbaar medium, naar het huis-aan-huis-blad en het orgaan van de schaakclub, naar de ombudsman en radiopresentator, naar dagblad en magazine. Je komt die zwarte lijst tegen in de onderste la van de brievenredacteur. Een naam, een bijnaam, een waarschuwing.
“Niet laten uitpraten! Niet plaatsen! Mag nooit meer in de krant. GEK!!”
 

Online

Niet alle querulanten zijn trollen, zoals niet alle trollen querulanten zijn. Een trol in de moderne zin van het woord is iemand die irritante boodschappen plaatst in online communities, die zuigt en zeurt, die zeikt en zevert, met ogenschijnlijk geen ander doel dan dwars te zitten, discussies te verstoren, te katten en te mauwen, te grimmen en te bijten. Een trol kan een discussie op internet zo domineren, zijn tegenstanders zo hartgrondig treiteren dat uiteindelijk iedereen afhaakt.
Dat ontmoedigt hem niet – het voedt de trol.
Hij voelt zich miskend. Niemand die naar hem luistert. Op naar de volgende uitbarsting.
Het type trol waarover het nu verder gaat, is de mediatrol. Sinds er computernetwerken zijn, proberen sommige trollen die systemen te verstoren. Zulke trollen worden ook wel hackers genoemd, wat dan weer fanatiek wordt tegengesproken door de categorie computerkrakers van het eerste uur voor wie hacken weliswaar antiautoritair is, dwars en speels, heftig en hooguit half legaal, maar in elk geval nog enigszins nobel, hip, cool en kek.
Trollen zijn dat allemaal niet.
Trollen zijn alleen maar lastig.
En de mediatrol is de lastigste van allemaal.
 

Oude media 

Wat maakt de trol?
Hij is gefrustreerd.
Er is nooit naar hem geluisterd.
Zijn brieven worden stelselmatig geweigerd.
Miskend. Gemankeerd. Boos.
Maar er is meer. Hoewel hij dankzij internet ineens zichtbaar is geworden – geen discussieplatform of hij duikt er op – is de mediatrol bij uitstek een species dat thuishoort bij de oude media. Voor hem zijn de nieuwe media maar een slap aftreksel, niet meer dan waterig surrogaat. De trol snakt immers naar erkenning, naar een publiek, naar een gehoor. Internet geeft hem soms even die illusie, maar al snel begrijpt de trol dat hij bij de ouderwetse massamedia moet zijn om waarachtig een podium te hebben. Soms krijgt hij door dat hij zo ongeveer alleen is, met hooguit een handvol andere trollen op een site waar niemand luistert.
Omdat de mediatrol eigenlijk een icoon is van de oude media, is hij vaker oud dan jong, vaker hoog dan laag opgeleid, eerder man dan vrouw (sterker nog: ik moet de eerste vrouwelijke querulant of trol nog tegenkomen).
De trol is, na jaren en jaren van autodidactie, tamelijk welbespraakt, maar daarom niet minder matteklap. Je herkent hem aan zijn passie, zijn missie, zijn boodschap. Hij leeft voor zijn Theorie, zijn Complot, zijn Geheim. Strepen in de lucht, straling op daken, cirkels in het bos. Hij is de Man van het Grote Gelijk.
 

Hoe herken je een trol 

Hoe weet je dat je met een trol te maken hebt?
Vraag het hem.
Hoe heftiger zijn ontkenning, hoe groter de kans dat hij je bij de strot grijpt, je mailbox volstouwt, en je nooit meer loslaat. Met elke volgend bericht zal hij, als een stalker tegen wie niets anders helpt dan een straatverbod, bevestigen wat je al wist.
Hoe kom je van hem af?
Door hem te negeren. Niet aan het woord laten. Telefoon niet beantwoorden. Niet proberen hem te redden met een doorverwijzing naar een bureau voor geestelijk misdeelden. Don’t feed the troll, zeggen ze op internet over trollen in het algemeen; het gebod geldt ook voor mediatrollen.
 

Zie deze post over trollenfluisteraars op Poynter. 

[Dit is een eerste aanzet voor een studie naar trollen en querulanten. Tips, aanvullingen en correcties zijn van harte welkom. Met dank aan de luisteraar die me tijdens een lezing in Utrecht aan het idee hielp dat mediatrollen, ook degenen die we van internet kennen, bij uitstek bij de oude media horen.]

Reacties zijn gesloten.