Willem van Genugten en het martelen

20 juni 2007 Geen categorie 0

Als Willem van Genugten had geweten dat hij iets zei over het wangedrag van Nederlandse militairen, had hij dat gedrag niet gekwalificeerd als “martelen”. Dat is curieus. Want waarom zou een juridische oordeel anders uitvallen? Wordt een verkrachting een “vermeende verkrachting” als zij niet is gepleegd door een Belg maar door een Brit? Waarom zou je dan van “niet-juridische wangedrag” moeten spreken?

Van Genugten is de hoogleraar internationaal recht op wiens gezag de Volkskrant eind vorig jaar het handelen van Nederlandse militairen in Irak kwalificeerde als “martelen”. Uit twee rapporten over de verhoormethoden bleek deze week dat die term niet juist was. De Volkskrant erkende dat. Het woord “martelen” had tussen aanhalingstekens moeten staan; het was geen feit, maar een opinie van iemand die het kon weten.

In een opiniestuk in de Volkskrant zet Van Genugten uiteen dat hij het daar mee eens was. Ook heeft hij grote waardering voor de werkwijze en integriteit van de Volkskrant, maar hem moet wel wat van het hart. Toen Jan Hoedeman hem vroeg de wijze van verhoor (hoofdkappen, water, geluid) te duiden, zei deze verslaggever er niet bij dat het om Nederlanders in Irak ging. Hoedeman was bang dat zijn verhaal zou gaan rondzingen als hij specifieker zou zijn, waarmee zijn scoop weg zou zijn.

Van Genugten heeft daarover tot nu toe gezwegen. Hij doorbreekt dat zwijgen nu omdat hoofdredacteur Pieter Broertjes niet alleen de kop boven het artikel betreurt, maar “zich ook publiekelijk begint te verschuilen achter mijn autoriteit”. De hoogleraar hecht eraan nu ook zijn kant van het verhaal te belichten:

“Mijn beoordeling van de casus zou met de gegevens van november 2006 in de hand misschien niet anders zijn geweest, maar kennis van de hele context zou mij wel tot veel grotere terughoudendheid hebben gemaand. Ik zou dan eerder woorden als ‘vermeende marteling’ of het niet-juridische ‘mogelijk wangedrag’ hebben gebruikt en dan had de discussie nu kunnen gaan over de zaak zelf.”

Van Genugten zegt hier geloof ik dat hij zijn juridische oordeel om politieke redenen – het kon dan gaan over de zaak zelf – zou hebben aangepast. Los van de zaak zelf, van martelen was geen sprake, blijft dat merkwaardig. Van de andere kant: ik vraag me ook af of de manier waarop Jan Hoedeman destijds zocht naar een juridische kwalificatie voor de verhoormethode (niet zeggen dat het om Nederlanders ging) wel de juiste was. Helemaal zonder risico is het stellen van vermomde vragen kennelijk niet.