Broertjes’ les: maar hoe moet dat dan, nieuwe journalistiek?

“De marges zijn smal, de bedreigingen groot, de kansen talrijk,” zei Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes gisteren in Utrecht tijdens een openbare les. Zijn verhaal gaat vooral over de toekomst van kranten, over de noodzaak nieuws ook te brengen op andere platforms: multimedialiseer of verdwijn. Het gaat wat minder over de gevolgen die dat heeft voor de journalistiek.

Broertjes ziet haarscherp wat de krant bedreigt. Hij citeert onderzoekers en krantenmakers die tegenwoordig zonder veel aarzeling de ondergang van de betaalde papieren krant voorspellen. Het vergt enig lef je achter zulke doemdenkers op te stellen als je leiding geeft aan een grote, betaalde, nog altijd zeer winstgevende papieren krant als de Volkskrant.

Interessant is wat Broertjes vertelde over de samenwerking met Dag, de gratis krant van PCM en KPN. De Volkskrant wilde al langer een gratis editie uitgeven, maar had de dwang van uitgever PCM nodig (een gratis krant komt er, linksom of rechtsom) om de verdeeldheid in de eigen gelederen te overwinnen. Nu zijn zeven Volkskrant-redacteuren gedetacheerd bij Dag:

Over 18 maanden, bij gebleken succes, neemt de krant de positie van PCM over in het project [] Maar voor we zover zijn, moet er nog heel wat gebeuren. De eerste weken verliep de samenwerking moeizaam. [] bij de Volkskrant is in eerste instantie minder enthousiasme te bespeuren. DAG ziet er niet uit, DAG beschadigt het imago van de krant en – het ergste van alles – hun artikelen komen totaal verknipt in de gratis krant. De roep om alle banden te verbreken komt luid door. Hier kan niets goeds uit voortkomen. “Het is pulp, Pieter ”, aldus leden van de redactieraad.

Waar hij het allemaal voor doet, wordt wel duidelijk:

Mijn droom is simpel. Ik wil dat over vijf jaar de nieuw opgerichte Volkskrant Media Groep (VMG) oude en nieuwe media in zich verenigt. Niet strijdend met elkaar, maar samenwerkend. Met de klassieke moederkrant (het liefst op Berliner-formaat) als spil, met een kwalitatief sterke redactie en met een grote hoeveelheid sterke merkartikelen (van nieuwsklikker tot een maandelijks kwaliteitstijdschrift). Krantenbedrijven moeten informatiefabrieken worden.

Minder woorden besteedt Broertjes, althans in de versie van zijn verhaal zoals die vandaag in die papieren Volkskrant staat, aan wat dat allemaal betekent voor de journalistiek. Moet ons vak veranderen als jongere lezers laten weten dat ze geen boodschap meer hebben aan een betaalde krant? In de volledige versie van zijn verhaal, als pdf te vinden op internet, gaat Broertjes verder. Hij zet het gezag van Joris Luyendijk onder jongeren af tegen het gezag dat zijn krant nog heeft:

Sinds de Fortuyn-revolutie zitten de gevestigde media in het verdomhoekje. Er is onvoldoende vertrouwen in de kwaliteit van de pers, er is ronduit scepsis. Onderzoekers van de Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) schetsten zeer recent een desastreus beeld van de kwaliteit van de media in de ogen van Haagse politici. Driekwart van hen vindt dat politieke verslaggeving wordt gedomineerd door incidenten; de helft van de ondervraagde journalisten vindt dat trouwens ook. Luyendijk appelleert aan dat sentiment. In hem zien zijn lezers een nieuw type leider: kwetsbaar, goudeerlijk, interactief. De krant, de vakbond, de politieke partij, de kerk; al deze instituties van de vorige eeuw kunnen in deze tijd van segmentatie en individualisering moeilijk overeind blijven. De moderne consument wil zelf filteren in de enorme diversiteit in het aanbod.

Op sommige punten gaat Broertjes in de pdf-versie van zijn verhaal wat dieper in op de inhoud van de journalistiek zelf, maar het blijft toch vooral een – uitstekend – verhaal over uitgeven. In de papieren versie eindigt zijn betoog met de overtuiging dat journalisten ook in een multimediale wereld het verschil blijven maken. Waarom dat zo is, hoe dat moet, voor wie en tegen welke prijs – dat zijn vragen waarop Broertjes in een volgende openbare les maar terug moet komen.

Reacties zijn gesloten.