Schaamte bestaat niet op Second Life

Cover van Pfeijffers Second LifeMooi stuk van Willem Jan Otten over Second Life, vrijdag in NRC. De schrijver en denker Otten, een van de beste Nederlandse dichters van de afgelopen dertig jaar, beschouwt het boek dat Ilja Leonard Pfeijffer schreef over zijn zes maanden durende dwaaltocht door de wereld van avatars en Linden dollars. Otten trekt mooie Ottenconclusies: in Second Life bestaat geen schaamte, avatars hebben geen ‘blik’, en niemand in die tweede wereld streeft naar een onhaalbaar doel.

Zonder Pfeijffer te hebben gelezen, anders dan zijn columns in NRC Next, vind ik zulke waarnemingen treffend. Nu wil ik ook dat reisverslag van Pfeijffer leren kennen. Verbond hij al dezelfde conclusies aan zijn reis door Second Life? Of is Otten zo origineel als het lijkt; dat laatste ligt voor de hand omdat het van die typische Otten-preoccupaties zijn: de lust van het kijken, gevoed en gehinderd door schaamte.

Wie dat beter wil begrijpen, moet proza en gedichten van Otten lezen. Een roman als De wijde blik, zijn schitterende gedichtencyclus over Penelope in de bundel Paviljoenen, zijn essays over pornografie. Als je weet hoe geobsedeerd Otten is door de lust van het kijken, begrijp je ook dat juist hij in het van pornografie vergeven Second Life ziet dat avatars alles hebben, behalve een blik die je onthoudt.

Daar zit geloof ik geen enkel moreel oordeel in. Otten verbaast zich alleen maar, en vergelijkt het tweede leven met het eerste en het min-eerste leven, de paradijselijke wereld voor de huidige. Over zijn derde gedachte ga ik langer dan een dag nadenken, want zou het echt waar zijn, zoals hij concludeert, dat in Second Life niets onmaakbaar is, alles mogelijk. “Kun je je avatar () op zoek laten gaan naar het onmogelijke?”

Als dat echt niet kan, als je je avatar niet kunt laten verlangen naar iets wat er niet is – een volstrekt romantische gedachte -, dan is er ook geen reden om te hopen. En rest er niets dan verveling. Zonder het al te onomwonden te formuleren, trekt Otten wel de conclusie: “nu we Second Life hebben, hebben we de hel niet meer nodig.”