De wetten van de netwerkmassa (V)

De twee grootste critici van het internet zijn misschien Jaron Lanier en Andrew Keen. De eerste ergert zich met een surplus aan intellect, de tweede met een schrijnend tekort. Beide, de muzikant/computerwetenschapper zowel als de gemankeerde internetondernemer, zien in het net een bedreiging voor de cultuur en zijn laaiend sceptisch over wat ik nu maar even de wetten van de netwerkmassa noem.

Die wetten hebben iets met web 2.0 te maken, voor zover die hype gaat over social software, over online netwerken en de techniek om via het net meer uit de massa te halen dan er offline in zat. Maar zonder de marketingblabla waren The Long Tail, The Wisdom of Crowds en Wiki er ook wel gekomen. Sterker nog: misschien waren ze minder met elkaar verward dan nu het geval is.

The Long Tail gaat primair over markten. Omdat via internet de kosten van opslag en distributie van vooral digitale goederen naar nul tenderen, en omdat zoekmachines ook de weinig gevraagde goederen vindbaar maken, ontstaan markten die veel “langer” zijn dan de traditionele “korte” hittist markten. Amazon verkoopt niet alleen bestsellers, niet alleen Harry Potter, maar ook een obscure dichtbundel uit de Achterhoek.

De andere twee worden het meest verward. Ze lijken op elkaar, omdat ze beide kennis lijken te genereren. The Wisdom of Crowds suggereert dat onder bepaalde omstandigheden – op de beurs bijvoorbeeld – de gemiddelde schatting van een groep mensen nauwkeuriger is dan de beste schatting van een individueel lid van die groep.

Onder Wiki – feitelijk een stuk software voor online samenwerken – versta ik hier het fenomeen dat grote groepen mensen elkaar corrigerend tot een beschrijving van de werkelijkheid kunnen komen die, alweer onder bepaalde omstandigheden (er moet zich geen wikiwar voordoen) geweldig accuraat kan zijn.

The Wisdom of Crowds gaat over feiten die (nog) niet vast staan. Bij Wiki staan de feiten wel vast, maar valt er soms langdurig over te twisten. De eerste levert een gemiddelde raming op, de tweede een compromis. De eerste moet het hebben van een grote groep mensen die onafhankelijk van elkaar denken, de tweede juist van samenspraak, van debat, van overleg. De tweede kun je iets laten zeggen over de sterfdag van Poeskin, de eerste over die van Poetin.
The Long Tail heeft meer met de twee andere “wetten” te maken dan je zou denken. Er bestaat misschien zoiets als een lange staart van kennis. Dankzij internet is het verspreiden van kennis vrijwel frictieloos, of het nou een schatting is op de beurs (een handelaar die short gaat omdat hij denkt dat een aandeel zal kelderen), of een twist over viscositeit van rinse appelstroop.

Er zijn ook overeenkomsten. Alledrie worden gedreven door wat ik denk dat de eerste hoofdwet van de netwerkmassa is. Die wet is ontdekt door David P. Reed, een hoogleraar aan het MIT in Boston. Het is een vervolg op de wet van (Bob) Metcalfe, de uitvinder van ethernet, volgens wie de waarde van een netwerk – ietje versimpelt gezegd – schaalt als het kwadraat van het aantal deelnemers, n tot de macht 2 dus.

De wet van Reed lijkt er op, maar schaalt “steiler”. De waarde van sociale netwerken, ontdekte Reed, loopt niet kwadratisch maar exponentieel op, als 2 tot de macht n. Wie het verschil wil zien, moet het even narekenen. Een Metcalfe-netwerk van tien “nodes” heeft een waarde van 10 tot de macht 2, ofwel 100. Een Reed-netwerk heeft een waarde van 2 tot de macht 10, ofwel 1024.

Het verschil is dat Melcalfe niet en Reed wel rekening hield met de inbreng van mensen op een netwerk. De eerste ging het om technische verbindingen, de tweede om interactie. Omdat tagging, zoekopdrachten en klikgedrag bij uitstek voorbeelden zijn van interactie van de netwerkmassa, en omdat de wet van Reed waarschijnlijk juist is, is Google de 150 miljard dollar waard die het waard is.