Ik ben de optelsom van mijn vrienden

De laatste tijd veel gelezen en geschreven over identiteit online. Wat kun je meenemen als je van de ene social site naar de andere gaat, vroeg ik me laatst af. Je bookmarks, je rss-feeds, je zoekopdrachten, je cookies? Sommige dingen zijn gestandaardiseerd, zoals je feeds in opml-formaat, maar het meeste nog niet. Dat gaat veranderen, omdat iemand zich straks realiseert dat een gebruiker zoveel waard is als zijn netwerk.

Mijn identiteit online is voor de meeste community-sites een asset. Hun beurswaarde is afhankelijk van het aantal gebruikers. Dat is, geloof ik met Wired, voor verbetering vatbaar. Wie een groot netwerk van vrienden onderhoudt, met veel relaties in de database, is meer waard dan een misschien wel actieve, maar eenkennige gebruiker. Je waarde is de optelsom van je vrienden.

Uitgevers zouden zich dat moeten realiseren. Ze zijn gewend aan een-op-een relaties met hun klanten, de lezers van hun krant of tijdschrift. De onderlinge relaties van die lezers tellen doorgaans niet mee. In een netwerksamenleving zie je dan over het hoofd dat al die mensen met elkaar dingen doen, dat ze informatie uitwisselen en met die informatie beslissingen nemen, aankopen doen, elkaar advies geven.

Je zou als uitgever onderscheid kunnen aanbrengen tussen lezers met veel en lezers met weinig “relaties”. Natuurlijk zijn dat maar zwakke verbindingen, niet vergelijkbaar met de sociale banden in een dorp of vereniging. Maar de open omgeving van internet en het netwerk van de uitgever heeft ook een voordeel: in zo’n open omgeving ontstaan makkelijker nieuwe idee-en dan in een gesloten, klassiek netwerk.

(Zie ook Dave Winer over OpenID, en deze over wat de social graph wordt genoemd, en Wikipedia over sociale netwerken, en een artikel in Wired met Brad Fitzpatrick)