Uit in 2008: wat niet meer cool zal zijn

16 oktober 2007 Geen categorie 83

Op Frankwatching al het eerste stuk gelezen over cool in 2008. Dat de gebruiker de macht krijgt (zeiden we in 1995 ook), dat je pas hip bent zonder mobieltje, mond-tot-mond-reclame het helemaal wordt, Firefox de grootste browser wordt en Joost tv-kijken helemaal verandert. Alles volgens John Knieriem, dus. Mijn vraag: wat raakt uit, in 2008?

1. Weblogs. Zijn als hype over hun top heen. Hebben definitief de consumptie van media veranderd, maar langzamerhand ontdekken we dat het leuker is om ze te maken dan om ze te lezen. Te veel blogs gaan nergens over. Gek genoeg leidt dat er straks toe dat veel mensen stoppen met bloggen. Als toch niemand ze leest… De grote weblogs worden uiteraard nog populairder dan ze al zijn.

2. Podcasts. Is toch te veel armeluisradio en dat was radio eigenlijk zelf al. Een klassiek medium in een te modern jasje. Zoiets als een bolhoed in de disco (wat natuurlijk ook best ineens weer hypercool zou kunnen zijn, maar dat zien we dan wel weer). Podcasting is leuk omdat je naar radioprogramma’s kunt luisteren die je eerder miste. Voorspelling: podcasts worden over drie jaar opnieuw trendy, maar dan goed.

3. Skype. Gratis bellen over internet leek de grootste uitvinding sinds de browser, het broodrooster en de plastic babyspeen. Maar het businessmodel lijkt niet helemaal te kloppen: gratis is maar gratis, ontdekte opkoper eBay toen het ruim een miljard moest afboeken. Bovendien blijken ook andere partijen wel uit de voeten te kunnen met IP-telefonie.

4. Twitter. Was heel even heel hip onder heel weinig mensen. Hartstikke leuk, maar geen massading. Hype met een korte lifecycle, zoiets als een nieuw soort, hele luchtige chips.

5. Surfen. Doen we al een tijdje niet meer, maar niemand heeft het in de gaten (op Timan Rebel van Sugababes na, die me hier ooit op wees: “Ik surf niet meer. Ik heb het internet uit.”)

6. Betaalde sites. Nu The New York Times zijn speciale rubrieken en archief ook gratis weggeeft op internet en zelfs The Wall Street Journal zijn betaalmodel laat vallen, is het doek definitief gevallen voor betaalde content. Met uitzondering van porno (maar dat is een dienst, geen content), effectenkoersen en sportuitslagen (wie weet wat die twee echt gemeen hebben, mag het zeggen).

7. E-mail. Is zo jaren negentig. Jongeren mailen niet, tenzij het echt niet anders kan. Dat kun je je bijna niet voorstellen als aan mail verslingerde workaholic, maar echt: ze kunnen zonder. Omdat ze msn-nen (al zou ook dat zomaar uit kunnen zijn in 2008), of sms-sen, of berichten achterlaten op Hyves. Of zo.

8. De privacy-is-dead-meme. Jaren terug al riep iemand dat privacy zowiezo niet meer bestond, dus: get over it. Dat deden we, nogal drastisch. We copuleren, baren en sterven online, in het openbaar, voor een webcam, op YouTube. Maar dat idee van uiterste transparantie, dat glazen hedonisme, raakt uit. We gaan voorzichtig weer wat voorzichtiger met onze data om.

9. Niets-willen-missen. Oude media geven de suggestie van compleetheid. Je krijgt de wereld bij je eitje en zelfs een beetje meer (en dat noemen we serendipity). Dat is voorbij. We gaan wennen aan het gevoel dat het nieuws incompleet binnen komt. We vertrouwen erop dat het meeste ons wel ongeveer bereikt. We ruilen precisie in voor benadering. Lees Cory Doctorow op Internet Evolution: “For decades, computers have been helping us to remember, but now it’s time for them to help us to ignore.”

Reacties zijn gesloten.