De code is net zo nodig als een nationale canon

Het debat over nut en noodzaak van de Code voor de Journalistiek doet me soms denken aan de heftige discussie over het nationaal zelfbewustzijn. Dat besef van eigenheid, waarvan een historische canon een uitdrukkingsvorm kan zijn, is nodig om migranten ergens in te kunnen opnemen, zegt Paul Scheffer. Zo is die journalistieke Code nodig om nieuwe journalisten erbij te betrekken – niet om ze uit te sluiten.

Lastig, zo’n vergelijking. Voordat je het weet gaat Jan en Alleman ermee aan de haal. Het debat is al complex genoeg zonder metaforen die gegarandeerd ergens scheef lopen. Toch vind ik, lezend in Scheffers Het land van aankomst, en verder gebracht door artikelen van Jan Tromp (over nieuw nationalisme) en twee Amsterdamse PvdA-kopstukken in de Volkskrant, de paralel te opvallend om het er niet over te hebben.

Zonder de stevige inhoudelijke reacties te kort te willen doen, valt mij tot nu toe in de ontvangst van de Code de betrekkelijke desinteresse op, aan beide kanten van de waterscheiding tussen oude en nieuwe journalistiek. Gevestigde journalisten reageren lauw: wij hebben onze eigen huisregels en willen ons niet laten vangen door een code. Nieuwe journalisten – kortweg: de blogosphere – zien in de Code een laatste krampachtige poging de gevestigde orde te beschermen tegen de oprukkende hordes op internet.

Ik ben ervan overtuigd dat het vak van de journalistiek juist behoefte heeft aan ethische reflectie. We moeten ons zelf proberen te definieren, niet om bloggers buiten te sluiten, maar om hen duidelijk te maken wie wij zijn, wat we doen, hoe we het doen. Zo’n code fungeert dus als een historische canon. En zeg nou niet dat we die code niet nodig hebben omdat iedereen toch wel weet wat journalistiek is, en wat niet. Die relativering is even risicovol als het cultuurrelativisme in het immigratiedebat.

Metaforen gaan mank. Ik heb niet bedoeld te zeggen dat bloggers de Marokkanen van de media zijn – voordat je er erg in hebt, krijg je dan zowel die bloggers als de Marokkanen over je heen, en tenslotte de bloggende Marokkanen. Ook lijkt me het debat over immigratie en integratie van een nog veel groter belang dan de betrekkelijke kleine , bescheiden discussie over een journalistieke code.

Tegelijkertijd lijkt het me goed het debat zo wat aan te scherpen. Ik denk dat oude media zich ervan bewust moeten zijn dat ze met nieuwe journalisten – of je ze nou bloggers of burgerjournalisten of lezers noemt – te maken krijgen. Mainstream media en de internetgeneratie van mediaconsumenten liggen nog steeds op ramkoers. Wij, de traditionele journalistiek, zijn er nog lang niet. We proberen onszelf opnieuw uit te vinden, maar voorlopig lukt dat maar half.

Omgekeerd moet een journalistieke Code die nieuwe journalisten laten zien dat journalistiek meer is dan een vaardige pen, een pronte mening of een spectaculaire scoop. Ook als sommige oude media langzaam wegkwijnen, blijft kwaliteitsjournalistiek van grote betekenis, en misschien wel onmisbaar, voor het maatschappelijk debat en het goed functioneren van een democratie. Wat kwaliteit is, moet steeds opnieuw worden gedefinieerd. Een code helpt daarbij.