Googles knollen en citroenen

Google valt Wikipedia aan. Dat is wel de kortste samenvatting van de reacties op Googles “knol“, het project dat user generated content wil samenbrengen onder de vlag en naast de advertenties van Google. Iedereen weet ergens iets van, en als je die kennis ontsluit op internet, heb je een encyclopedie. Als je die auteurs een naam geeft, en de zeggenschap over hun kennis, heb je een alternatief voor Wikipedia.

Googles “knol” – een afkorting voor “knowledge” – is in potentie revolutionair, maar niet omdat het een concurrent is voor Wikipedia of omdat het advertenties gaat verkopen, wat Wikipedia (nog) niet doet. Het grote verschil is dat Google de Auteur weer op het zadel hijst, terwijl Wikipedia groot geworden is van de gedachte dat anonieme schrijvers, gecorrigeerd door een legertje van even anonieme commentatoren, een “neutrale” waarheid konden genereren.

De ironie is dat Wikipedia met dat concept, gebaseerd op een bijna religieus geloof in netwerkintelligentie, op iets wat je massale peer review zou kunnen noemen, in wezen dichterbij de oorsprong van Google zit dan de zoekmachinezeloten van Google zelf.

De heilige graal van Google is PageRank, het algoritme dat de positie van een zoekresultaat baseert op het geaggregeerde internetgedrag van talloze gebruikers. Hoe vaak verwijzen ze, hoe vaak wordt er naar hen verwezen? In wezen is dat niets anders dan anonieme, massale peer review.

Googles Larry Page heeft PageRank bedacht met in zijn achterhoofd de academische norm dat een wetenschapper zo goed is als het aantal verwijzingen naar zijn artikelen. Je bestaat als je wordt genoemd. Dat systeem om het web in kaart te brengen, bleek in 1998 bij toeval een betere zoekmachine op te leveren.

Wikipedia bleek bij toeval een betere encyclopedie te kunnen zijn dan de Brittannica, die van auteurs aan elkaar hangt (al kun je twisten over de vraag of de eerste echt beter is, hij is in elk geval groter). De basisgedachte achter Wiki is egalitair en wortelt in de open source-cultuur. Samen kunnen we meer. Given enough eyeballs, all bugs are shallow.

De ironie, als gezegd, is dat uitgerekend Google nu weer dwars tegen die cultuur in gaat. De auteur van “knols” krijgt het laatste woord over de kennis die hij met de wereld wil delen. Van de andere kant: die aanpak zit weer wat dichter bij de mores van de wetenschappelijke wereld.

Wint het anonieme netwerk? Wint de gekende auteur? Het is een vraag die ik me stel in De Massa, een boek in wording over kunstmatige intelligentie en de maakbare mens. Een jaar geleden zou ik ingezet hebben op het netwerk, de kracht van collaboratie. Nu aarzel ik, omdat de Auteur onmiskenbaar aan een comeback begonnen is.