Wat media kunnen leren van kerk, kroeg, kist en middenstander

Hoe bijzonder zijn media eigenlijk in hun ambivalente streven naar innovatie? Niet zo heel erg. Kerken, begrafenisondernemers en supermarkten hebben vergelijkbare problemen. En de markt voor liefdesrelaties vertoont, bij alle verschillen, herkenbare eigenaardigheden waarvan je als mediaproducent nog wat kunt leren.

De overeenkomsten zijn er, zij het niet telkens dezelfde in alle gevallen. Typerend is denk ik op al deze markten – informatie, zingeving, primair levensonderhoud, liefde – dat er sprake is van langdurige relaties tussen klant en leverancier, vaak zelfs levenslange relaties. Bovendien hebben we het over massaproducten (“de Grote Liefde”, brood en melk) en over complexe logistieke processen (het bezorgen van kranten, het flirten in een discotheek).

Omdat een productkeuze voor langere tijd wordt gemaakt, ontstaat iets van gewoonte en routine. Dat geldt voor de krant die niet gemist kan worden, voor het merk wasmiddel waarin we wassen, voor de dominee naar wie we luisteren. In alle gevallen hebben we het over de zekerheden van ons bestaan. Dat is ook waarom begrafenisondernemers zich misschien herkennen in deze branches: hoewel we niet dagelijks doodgaan, weten we al een half leven tevoren hoe we willen eindigen, in kist of urn, met of zonder muziek en cake.

In alle gevallen – en er moeten meer product-markt-combinaties zijn die hier op lijken – wortelen de massale routines van klanten, en de daarop gebaseerde businesscases van producenten, in de verzuiling. De routines van het dagelijks leven lagen tot een jaar of twintig geleden vast langs die lijnen. Kerk, krant, kroeg, kist en middenstander waren afhankelijk van je levensovertuiging.

Dat al deze branches moeite hebben aan te haken bij de tijdgeest, moet ons iets leren. Natuurlijk hebben ze alle last van de ontzuiling: hun klanten kiezen niet meer routineus voor de vertrouwde merken zoals eerdere generaties dat wel deden. En ze hebben last van internet. Dat regelt het intermenselijk verkeer volstrekt anders dan we gewend waren. En de belangrijkste overeenkomst tussen de genoemde sectoren moet zijn dat ze daarover gaan, over het contact tussen mensen (al geldt dat het minst voor de supermarkt).

Wat er te leren valt? Dat de oude behoeften niet verdwijnen als het aanbod niet meer past. Kerken worden gesloopt, maar zingeving blijft gevraagd. We huwen minder, maar verlangen nog steeds naar liefde. Iets soortgelijks geldt vermoedelijk evenzeer voor de behoefte aan informatie of dagelijkse boodschappen.

Reacties zijn gesloten.