2007 was het jaar van Andrew Keen

31 december 2007 Geen categorie 0

Keen in Utrecht, november 2007Ja, de cultuur gaat naar de knoppen. Daar heeft Andrew Keen groot gelijk aan. De cultus van de amateur vernietigt de cultuur van de elite, en wat hou je dan over, moet Keen hebben gedacht toen hij zich zette aan het schrijven van The cult of the amateur. Boeken worden niet meer gelezen, muziek illegaal gekopieerd. De dictatuur van de domheid regeert. Dankzij YouTube verwordt de cultuur tot een kakofonie.

Keen, een naar Amerika ge-emigreerde Brit, heeft een punt. Er gaat inderdaad een cultuur naar de vaantjes: de zijne. Niet de cultuur, maar een cultuur, inderdaad. Zoals dat in de geschiedenis wel vaker gebeurd is. Denk aan de oude Egyptenaren, onze brave negentiende-eeuwers, de spruitjeslucht van de na-oorlogse opbouwjaren. Soms ging er meer, soms minder verloren. Maar wie er middenin zat, gruwde van wat kwam.

Wat zich nu ontvouwt is de internetcultuur. Die heeft een eigen dynamiek, een eigen stelsel van normen, eigen iconen, eigen afgoden. Veel daarvan staat haaks op wat we zijn gaan waarderen als de cultuur van de late twintigste eeuw. Dat was een massacultuur met een zeer smalle elite (de “sterren” van muziek, literatuur, politiek, wetenschap). En het was een tamelijk trage, op evolutie gerichte cultuur van oeuvrebouwers (van Mulisch tot Madonna, van gentechneuten tot Bush & Son).

Internetcultuur is vluchtiger. Relaties zijn niet bestendig maar kortdurend. Privacy is een ideefix. Anonimiteit de norm. De bereidheid te delen op internet is groter dan in real life, het respect voor auteursrecht navenant kleiner. Plaats, de hoeksteen van onze alledaagse identiteit (“Where are you from?”), is irrelevant. Experts worden gewantrouw, waar is – naar het woord van hackers – wat werkt. Uniciteit en originaliteit betekenen minder in een knip&plak-universum; combineren – mashup – staat hoger aangeschreven. Vriendschappen zijn pragmatisch en jij bent zo goed als je reputatiealgoritme. En niets is duurzaam, want morgen kan alles anders zijn.

Andrew Keen vindt dat allemaal niet fijn. Maar als de cultuur van dat internet naar de knoppen gaat, moet je het niet het internet verwijten – dat is domme techniek, schuldeloze ip-communicatie. De cultuur zou het zichzelf moeten verwijten. En dat geldt mutatis mutandis dus ook voor de journalistiek. Er is, bedoel ik maar te zeggen tegen collega’s die rouwen om de teloorgang van de cultuur en van hun soort journalistiek (hoe prachtig ook, hoezeer ik die ook hoog acht), geen alternatief.

Adopt and expand. Dat is al decennia het motto van Microsoft. Misschien moesten we eens beginnen met dat na te doen.