Ze lezen Hyves, luisteren Limewire en kijken YouTube

Niet de media veranderen de journalistiek, maar de vraag naar media. Het zijn niet de “nieuwsbloggers” die met hun meninkjes en Geenstijl-lolligheid het nieuws op zijn kop zetten, maar het is de brede massa van nieuwe consumenten die wars is van oude, aanbodgedreven mainstream media. Die jongeren lezen Hyves, luisteren Limewire en kijken YouTube – zij zijn de baas van hun eigen nieuws.

Warna Oosterbaan ziet deze omkering over het hoofd in zijn beschouwing over de internet-democratie, gisteren in het boekenkatern van NRC. In een bespreking van drie boeken, waaronder het al weer geruime tijd geleden verschenen The cult of the Amateur, van Andrew Keen, schetst hij hoe het net tekortschiet: hoewel op het net iedereen zijn zegje kan doen, vooral als blogger, is de wereld daar niet beter van geworden.

Dat klopt natuurlijk. Maar het vroege idealisme van internet, de jaren waarin hippies onder de Golden Gate Bridge een nieuwe, betere wereldorde verwachtten, ligt al weer een tijdje achter ons. Het net is primair een commercieel medium gebleken, schrijft Nicholas Carr in zijn nieuwe boek, The Big Switch:

“We may find that the culture of abundance being produced by the World Wide Computer is really just a culture of mediocrity – many miles wide but only a fraction of an inch deep.”

En:

“… it’s clear that two of the hopes most dear to the Internet optimists – that the Web will create a more bountiful culture and that it will promote greater harmony and understanding – should be treated with skepticism. Cultural impoverishment and social fragmentation seem equally likely outcomes.”

Onmismaar

Hoeveel er ook af te dingen valt op dat oude idealisme, de gevolgen voor de media zijn er niet minder om. Warna Oosterbaan lijkt dat over het hoofd te zien. Hij constateert terecht dat bloggers en vooral reageerders veel minder met elkaar in debat gaan dan dat ze bij elkaar hokken; dat is de middelpuntzoekende kracht van internet die ook leidt tot dominantie van een zoekmachine of marktplaats.

Maar Oosterbaan vergist zich in zijn conclusie. Hij ziet het ontsporen van de blogosphere – “de scheldkannonades en de beledigingen willen nog wel eens de overhand hebben”, concludeert hij met gevoel voor understatement – en het failliet van de internet-democratie als een “steun in de rug voor instellingen die de publieke sfeer een warm hart toedragen: kranten, tijdschriften, de publieke omroep… (etc, HB)”.

De democratie kan voorlopig niet zonder die oude media, zegt Oosterbaan. Ik ben het daar van harte en voor de volle honderd procent mee eens. Maar ik verzet me uit alle macht tegen de suggestie die van die geconstateerde onmisbaarheid uitgaat. Die suggestie luidt: omdat we nodig zijn, kan weinig ons deren, omdat we het goede doen voor de democratie, hoeven we niet te veranderen.

Warna Oosterbaan kijkt, net als Andrew Keen, te veel naar het media-aanbod en te weinig naar de vraag. Hij onderschat de gevolgen van een culturele omslag die ertoe leidt dat nieuwe generaties mediaconsumenten hun informatie (noem het nieuws) uit sociale netwerken halen, van Hyves en Facebook en sms-jes. Je kunt dat, als journalist van de oude stempel betreuren, maar ze krabbelen er niet minder om.

De internetgeneratie is in control. Zoals ze Hyves lezen, luisteren ze naar Limewire, of een ander peer-to-peer-netwerk waar ze muziek downloaden. Ze hebben, begrijp ik van cijfers van de VPRO, het nieuwemuziekprogramma 3FM al lang in de steek gelaten voor het internetstation LastFM, dat gepersonaliseerd luisteren mogelijk maakt (3FM is de bulk van zijn publiek kwijt). En ze kijken naar hun eigen keuze op YouTube, multitaskend en msn-nend of gamend – niet naar de publieke omroep.

Ik hou van kranten, van de geur van drukinkt en het geluid van draaiende persen. Tot in mijn tenen voel ik me verwant met de oude media en verantwoordelijk voor de journalistiek. Maar wie zijn neus ophaalt voor het gedrag van “nieuwsbloggers” – dat zijn de bloggers die een beetje hetzelfde willen doen als oude journalisten -, gaat voorbij aan de massa van bloggers die geen enkele belangstelling heeft voor “nieuws”, in de oude betekenis van het woord.

Niet het aanbod van de journalistiek bepaalt de houdbaarheid van dat vak, maar de vraag van een nieuw publiek. Dat is wat Mark Deuze en ik bedoelden in PopUp toen we – en Oosterbaan citeert ons terecht in NRC – schreven dat blogs de journalistiek niet zullen verdringen, maar daarop wel grote invloed zullen uitoefenen. Die journalistiek, bedoel ik maar, heeft geen keuze dan zich aan te passen.

Reacties zijn gesloten.