De glazen samenleving van Wansink en Kohnstamm

We weten steeds meer van elkaar, maar weten we ook te veel? Is het erg als het Amsterdamse openbaar vervoerbedrijf je persoonsgegevens opslaat voor marketingdoelen? Jacob Kohnstamm van het College Bescherming Persoonsgegevens vindt van wel, en in de Volkskrant is columnist Hans Wansink het met hem eens. We zijn op weg naar een glazen samenleving en dat is niet best.

Dat jongeren er anders over lijken te denken, dat ze niet eens lijken te beseffen dat hun persoonsgegevens overal op internet rondslingeren, verbaast Wansink en Kohnstamm nog het meest. Behalve GroenLinks en D66 maakt ook in de politiek bijna niemand zich erg druk over het feit dat de overheid die gegevens verzamelt, en zichzelf omwille van de terreurbestrijding steeds meer bevoegdheden geeft.

Die glazen samenleving bestaat niettemin al een tijdje. We zijn ons met zijn allen steeds minder gaan verzetten tegen databanken die persoonsgegevens opslaan. We hebben onze bezwaren (die uiteraard terugvoeren op 40-45) gerelativeerd, omdat de technologie ook best handig kan zijn. We tolereren straatcamera’s als de binnenstad veiliger wordt, eb we vinden het prettig als het gemeenteloket ons snel kan helpen.

Die handige technologie is dankzij internet in handen van de massa gekomen. Niet alleen de overheid is nu in staat het gedrag van burgers te volgen. Google kan het ook: je krijgt er bruikbare informatie voor terug. Amazon kan het: ik krijg er zinvolle leestips voor terug. Mijn computer kan het: dankzij cookies weten de websites die ik bezoek waar ik gebleven was.

Als de babyboomers – de generatie van Wansink en Kohnstamm – al niet uit zichzelf gewend raakt aan de glazen samenleving, dan zal de Yahoo-generatie, die niet beter weet dan dat internet er altijd geweest is, ervoor zorgen dat hun ouders geleidelijk net als zij tot het besef komen dat er geen weg terug meer is.

We weten inderdaad alles van elkaar – en daar valt best mee te leven. Op voorwaarde dat we er zelf nog wel zeggenschap over houden. Daarom willen jongeren anoniem kunnen zijn als het hen uitkomt. Daarom willen ze van identiteit kunnen switchen. Daarom willen ze eigenaar zijn van de digitale profielen die over hen worden aangelegd, zowel door particuliere bedrijven als door de overheid.

Het CBP van Kohnstamm hamert veel op dat aambeeld: als het al niet dubieus is wanneer iemand ongevraagd je gegevens verzamelt, is het beslist een probleem als je dat niet te weten komt en niks te zeggen hebt over die gegevens. Je bepaalt zelf wie je bent, wanneer en tot wanneer.