Doe niet zo aangebrand joh

1 februari 2008 Geen categorie 2

Doe niet zo verrekte aangebrand, denk ik vaak als ik op internet iets lees. We schrijven maar wat, lukraak en plompverloren. In berichten op weblogs vinden we van alles over van alles. Nog feller gaat het toe in reacties op fora. Juju, wat een grof volkje, denk je dan. Zo haastig, zo verongelijkt, bokken op de haverkist.

“Het onmiddellijke regeert”, schreef Harry van Vliet van de week in een opiniestuk in de Volkskrant. Hij is lector crossmedia in Utrecht, dus hij kan het weten. En Van Vliet heeft ook gelijk. Eigen aan internet is die onmiddellijkheid, beroerd Nederlands voor immediacy. Alles moet. Alles moet nu.

Internet is een kortademig medium. Dat haastige is niet de meest charmante eigenschap. Van Vliet ziet dat goed. Doordat we in het digitale, vernetwerkte medium allemaal net zo makkelijk produceren als consumeren, zijn “willen, kunnen en doen” vlak bij elkaar komen te liggen. Je roept wat en iedereen kan het horen. Je bent boos en iedereen zal het weten.

Het probleem is dat we dat allemaal tegelijk “willen, kunnen en doen”, stelt Van Vliet terecht. We roepen allemaal wat, en beginnen elkaar ongenadig te overschreeuwen omdat niet iedereen even goed luistert. Dat frustreert. Zo hadden we het niet bedoeld.

Dat patroon doet zich vaker voor, stelt Van Vliet: “we willen de volle ervaring van ons complexe leven, maar tegelijkertijd simpelheid, we willen het nieuws aangepast aan onze voorkeuren, maar verlangen wel objectiviteit, we willen zoveel mogelijk kunnen kiezen als consument maar volgen graag de laatste trends”.

Savvy

We moeten digital savvy worden, is Van Vliets conclusie. Hij zegt het de Raad van Cultuur na die over digitale geletterdheid spreekt. Je kunt het ook een nieuw soort beschaving noemen, welgemanierdheid op internet. Dat je alles kunt roepen op een forum, wil niet zeggen dat je dat ook maar altijd moet doen.

Van Vliet komt tot de conclusie dat het medium internet die onmiddellijkheid in zich draagt. Het kan niet anders dan haastig. Het kent geen terughoudendheid meer: het onmiddelijke regeert. Reflectie is onmogelijk. Daar was al zo weinig ruimte voor in het huidige tijdsgewricht, maar “de digitale evolutie”, zegt Van Vliet, “doet er nog een schepje bovenop”.

Van internet krijgen we meer en meer prikkels. Die prikkels schreeuwen om voorrang. Als we niet digitaal geletterd raken, als we geen weermiddel ontwikkelen tegen al die onzin, dan is het eindpunt – zegt Van Vliet -: “het niet-handelen, de lichamelijke stilstand, inertie”.

Reflectie

Bij die laatste conclusie van de lector haak ik af. Natuurlijk komt de boel niet tot stilstand als we niet bedrevener raken in het intermenselijke verkeer op internet. Hooguit vliegen we elkaar steeds vaker naar de strot. In het ergste geval ontaardt onze haast en gebrek aan reflectie in een beestenbende. Stilstand of inertie –Van Vliet mocht het willen.

Maar interessanter vind ik de gedachte, halverwege zijn opiniestuk, dat er op internet geen ruimte is voor reflectie. Dat is waar, zolang je alleen naar het gedrag van individuen kijkt. Het medium nodigt uit tot onverhoeds geblaat en impertinente betogen. Maar daar staat iets anders tegenover. Noem het collectieve reflectie.

Ik geloof – en Van Vliet moet me maar tegenspreken – dat uitgerekend netwerktechnologie, die vernetwerking waar hij het over heeft, tot een heel ander soort reflectie leidt. De optelsom van reacties zoals Google die in algoritmes verwerkt, kun je reflectie noemen. Vraag Google wat we van Britney Spears vinden en het antwoord is een stuk bedachtzamer dan dat van een individuele Britney-adept.

Wisdom

Met arbeiderisme of digitaal utopisme heeft dit niks te maken. Ik geloof niet dat de wereld beter wordt van internet – wel anders. Meer en meer raak ik ervan overtuigd dat IP-technologie en alles wat daarbij hoort – het semantisch web, netwerkeffecten – de weg effent voor vormen van collaboratief handelen die tot iets goeds kunnen leiden – en overigens ook tot veel kwaad.

De wijsheid van de meute, the wisdom of the crowd, is een verschijningsvorm van dat collectief die het goed doet op internet. Wikipedia als product van collectieve intelligentie is een andere. En overigens worden die beide vaak hopeloos door elkaar gehaald.

De eerste is een heel geschikt middel om te raden naar een feit dat (nog) onbekend is: het weer morgen, de plek waar een schip vergaan is, de uitslag van de komende verkiezingen. De tweede, het wikipediamodel dus, is geschikt om feiten die al wel bekend zijn steeds correcter te formuleren: de uitslag van een voetbalwedstrijd in 1928, de definitie van de chemische structuur van kikkerdril.

Anders gezegd: Wikipedia vertelt wanneer Poeskin sterft, the wisdom of the crowd wanneer Poetin aan zijn eind komt.


Reacties zijn gesloten.