Youtubisering van het strafrecht?

16 februari 2008 Geen categorie 0

Topman Harm Brouwer van het Openbaar Ministerie is bang voor de Youtubisering van het strafrecht. Hij doelt op het verschijnsel dat burgers steeds vaker fimpjes op internet zetten die moeten aantonen dat anderen iets strafbaars hebben gedaan of dat veroordeelde X niet de dader is, maar Y. Die burgers doen, met andere woorden, wat Peter R. de Vries en Maurice de Hond voordoen.

Bouwer zette zijn klacht zwaar aan, gisteren tijdens de Gonsalveslezing in Den Haag. Zwaarder dan gerechtvaardigd is. “We willen niet in een politiestaat leven, maar al helemaal niet in een amateurpolitiestaat”, zei de OM-baas volgens de Volkskrant. Maar zoveel amateurpolitiefilmpjes ken ik niet, noch de uitwassen die erbij horen, of uitspraken erover van de rechter of pakweg de Raad voor de Journalistiek.

Het ging Brouwer, schat ik, ook minder over burgerjournalistiek dan over de journalistiek zelf. En dan met name die van Peter R. de Vries (of Maurice de Hond). Het werk van De Vries in de zaak Natalee Holloway heeft namelijk wel impact: meer dan zeven miljoen kijkers zagen iets wat verdraaid veel leek op een bekentenis van Joran van der Sloot, maar het misschien niet was.

Brouwer vindt dat niet De Vries maar “de journalistiek” een “stevig debat” met zichzelf moet voeren over “de grenzen van rechtmatigheid”. Daarbij gaat het om twee zaken: moet een verdachte in de beeldvorming onschuldig blijven tot hij, door de rechter uiteraard, is veroordeeld? En in welke mate mag je zijn privacy schenden als hij wordt verdacht van een ernstig misdrijf?

Als Brouwer stelt dat hij te weinig merkt van dat stevige debat, heeft hij gelijk. De Vries is door andere journalisten vooral gefeliciteerd met zijn Joran-scoop. Kritiek was er ook, maar minder en vaker van juristen. Daarbij ging het erom dat De Vries op de stoel van politie, OM en rechter ging zitten: hij veroordeelde Joran van der Sloot terwijl het bewijs wel rond leek, maar dat nog lang niet was.

Ondertussen is Van der Sloot nog steeds verdachte in de zaak. Maar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op de Antillen heeft besloten hem niet opnieuw te laten arresteren. De tv-bekentenis die De Vries uitzond, geeft daarvoor onvoldoende aanleiding. Het is denkbaar dat Joran van der Sloot delen van zijn betentenis bij elkaar loog om indruk te maken op “burgerinfiltrant” Patrick.

Moet de journalistiek zich inderdaad druk maken over de vraag of het uitzenden van zo’n bekentenis “rechtmatig” is, zoals Brouwer betoogt? Welnee. De journalistiek heeft ethische regels die op dit punt volstrekt helder zijn en een Raad voor de Journalistiek die bij herhaling heeft gezegd wanneer het schenden van privacy nog “maatschappelijk aanvaardbaar” is.

Niet de journalistiek, maar de rechter moet oordelen of in het specifieke geval van Joran van der Sloot de “grenzen van rechtmatigheid” zijn geschonden. En als dat zo is, zou net als in de zaak Maurice de Hond versus de klusjesman een veroordeling moeten volgen. Daar kan een waarschuwende werking vanuit gaan die andere burgerrechercheurs er misschien van weerhoudt al te vlot een andere burger op YouTube aan de schandpaal te nagelen. Met journalistiek, bedoel ik maar, heeft dat niet geweldig veel te maken.