Is de grondwet uit de tijd?

Als iedereen praat, luistert er niemand. Nu we allemaal op internet ons recht op vrije meningsuiting kunnen uitoefenen, valt des te meer op dat artikel 7 van de grondwet valse verwachtingen schept. We kunnen wel zeggen wat we denken, maar niemand garandeert ons een publiek. Sterker nog: we zijn zo druk met het uiten van onze meningen dat in de kakofonie oneindig meer verloren gaat dan dat er blijft hangen.

Dat was vast niet wat minister Guusje ter Horst bedoelde toen ze van de week beweerde dat de grondwet wat flets aandoet en hier en daar archaisch overkomt. De grondwet is meer dan anderhalve eeuw oud en het was 25 jaar geleden dat hij voor het laatst is herzien. Het kan wat bevlogener, zei de bewindsvrouw.

Ze haalde, zo blijkt uit de samenvatting van haar toespraak in de Volkskrant, onder andere artikel 7 aan, dat over de vrijheid van drukpers gaat. In dat befaamde artikel staat dat iedereen zijn gedachten en gevoelens mag uiten (over meningen gaat het niet) middels een drukpers. De overheid moet op afstand blijven, tenzij je de wet overtreedt. In een nieuwer lid worden radio en tv genoemd als andere middelen waarmee je je zou kunnen uiten.

Over internet natuurlijk geen woord. Maar dat net heeft de vrijheid van meningsuiting wel op zijn kop gezet, in theorie in elk geval, en ook wel in de beleving van veel mensen. We zijn gewoon gaan vinden dat we een podium hebben waarop we alles kunnen zeggen. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, bijzonder. Want vroeger was de vrijheid van drukpers, zoals een cynicus zei, toch voorbehouden aan wie een drukpers had.

Toch zijn we er, zullen zwartkijkers beweren, nauwelijks beter van geworden. Wat heb je aan een megofoon als niemand naar je luistert? Hoe eloquent ook je mening geformuleerd, het zijn paarlen voor de zwijnen als de massa liever zelf ook meepraat over het nieuws. En dan hebben we het nog niet over de Nieuwe Drukpers: Google. Die zoekmachine bepaalt immers hoe groot je gehoor is.

Je kunt, bedoel ik maar, beweren dat de artikel 7 van de grondwet uit de tijd is geraakt. Niet omdat internet iedereen vrijheid van meningsuiting heeft gegeven, maar omdat er juist te weinig veranderd is. Het wordt tijd om na te denken over de vraag of het recht om gehoord te worden niet even belangrijk is als het recht op vrije meningsuiting.

[Met dank aan de juridische artikelen van Arnoud Engelfriet]