Arabische media willen weinig weten van Wilders’ Fitna

19 maart 2008 Geen categorie 1

Wilders moest eens weten. Zo goed als hij Fitna in eigen land in het nieuws houdt, zo weinig interesse tonen Arabische media voor de film. In Egyptische media verschijnen de laatste weken wat artikelen, maar verder is Wilders nog lang niet zo’n issue als de Deense cartoons zijn. “Wilders?”, reageert een tv-journalist uit Beiroet. “Wie is dat? Een filmer? Oh, een politicus.”

Afgelopen weekend bezocht ik een conferentie van veertig Arabische medialeiders in Sharm el Sheikh, een Egyptische badplaats aan de Rode Zee. Zij waren daar om met elkaar het trainingsprogramma te bespreken dat de afgelopen twee jaar is verzorgd door Free Voice, een Nederlandse organisatie die met geld van BZ de persvrijheid wil bevorderen in ontwikkelingslanden.

Twee dagen spraken de hoofdredacteuren, presentatoren en andere tv-leiders uit landen als Yemen, Libanon, Koeweit, Jordanie en Marokko over persvrijheid. Die hebben ze niet of nauwelijks. Hun media zijn vooral staatsmedia, en zij zijn his masters voice. Heel langzaam verandert dat, met hulp met Free Voice en onder druk van de markt (media worden geprivatiseerd) en de kleiner wordende wereld.

Al Jazeera en andere pan-Arabische media gooien de grenzen als vanzelf open. En met het internet zijn de vrije media ook niet langer buiten te houden. Dat proberen de autoritaire regimes in het Midden-Oosten uiteraard wel. Het cynische verhaal wil dat de software waarmee ze het net afschermen weliswaar door Amerikaanse bedrijven is geleverd, maar van origine door Israelische programmeurs is gemaakt. “Zo hypocriet”, aldus een andere journalist uit Libanon, misschien het meest “vrije” Arabische land.

De film van Geert Wilders, in Nederland al wekenlang een hot item, deed de veertig medialeiders niets. Een deel wist niet wie Wilders is, laat staan dat zijn film voor enig tumult belooft te zorgen. De rest had geen enkele behoefte erover in discussie te gaan, met mij, met de Nederlandse Free Voice-vertegenwoordigers, noch met de Nederlandse ambassadeur in Egypte, mr Tjeerd de Zwaan.

Niet dat De Zwaan de gelegenheid niet te baat wilde nemen. Hij kwam zondag speciaal van Cario naar Sharm el Sheikh om het Nederlandse standpunt over Fitna uit te leggen (persvrijheid zit in onze cultuur, geschiedenis en grondwet, maar dat wil niet zeggen dat de regering het eens is met de standpunten die Wilders ventileert). De Arabische medialeiders luisterden beleefd, en zwegen.

“Zelfcensuur”, legde later een van hen uit. Zo lang de officiele instanties niet hebben bepaald welk standpunt wordt ingenomen, branden de Arabische staatsmedia zich ook niet aan zo’n gevoelig onderwerp. Waarom zouden ze? Ze hebben er niks aan, en elke ober in het Continental Garden Reef Resort kan een verklikker zijn, net als elke collega medialeider trouwens.

Het was een bizar weekend. Twee slapeloze nachtvluchten in drie dagen, een diner op het strand met Russische buikdanseressen, en een lezing (van mij) over nieuwe media die erin ging als Gods woord in een ouderling – al is die metafoor even misplaatst als die Russen. Maar het meest verhelderend en niettemin verbazingwekkend was natuurlijk dat mijn Arabische collega’s een weekend lang kunnen confereren over vrije meningsuiting, maar die niet praktizeren zodra de gelegenheid zich bijna onontkoombaar voordoet.

Reacties zijn gesloten.