De elite moet weer elite worden

11 mei 2008 Geen categorie 2

Terug van twee weken Barcelona (“Fijn. Dank u”), bijlezen over de media. Dan blijkt dat Abram de Swaan, een van mijn favoriete sociologen, de Werdegang van de massamedia en de revolte tegen het dictaat van de goede smaak heeft besproken. Ligt Joris Luyendijk een beetje onder vuur omdat zijn bestseller Het zijn net mensen de wereld van de correspondent wat oversimpliceerde. En slaat diezelfde Luyendijk terug met een steekhoudend pleidooi voor een nieuwe ordening van de wereld en de journalistiek.

De Swaan (zie Jeroen Mirck op DNR) en Luyendijk hebben alles met elkaar te maken, en niet eens omdat ze beide in NRC Handelsblad publiceerden. Wel omdat beide een scherp oog hebben voor de beknelling van de journalistiek in tijden van internet. Als iedereen alles al kan weten, en jij als journalist niet in staat bent in die Afrikaanse dictatuur waar van onwaar te onderscheiden, als feiten kortom niets toevoegen omdat ze niet deugen of al belegen zijn, wat moet een journalist dan nog.

Zonder diep in te gaan op het betoog van beide, denk ik dat zowel Luyendijk als De Swaan wel inzien dat de journalist gewoon een betere journalist moet worden. Hij moet meer weten, langer om zich heen kijken, een vorm van slow journalism bedrijven. Dat geldt mutatis mutandis ook voor andere delen van de intellectuele elite. Waar die tot ver in de vorige eeuw zowat het alleenrecht op informatie had, en bestond van het selecteren, redigeren en mondjesmaat uitdelen van informatie, moet ze nu op zoek naar een nieuw bestaansrecht.

Of dat bestaansrecht uberhaupt bestaat, moet nog blijken. Persoonlijk zal ik er niet om treuren als grote delen van die elite in de prullenbak van de geschiedenis verdwijnen. Niet uit arbeiderisme, of cultuurrelativisme of zelfnegatie. Wel omdat ik denk dat het geen kwaad kan als de boel soms even wordt opgeschud.

Komt er iets voor in de plaats? Ik denk het wel. Joris Luyendijk pleit voor een andere benadering van het nieuws (stel een correspondent ‘water’ aan in plaats van een correspondent ‘Berlijn’, etc). Ik ben het zeer met hem eens dat internet voor een andere ordening van de wereld en dus van het nieuws heeft gezorgd (of van die herschikking tenminste het sluitstuk is, als je met De Swaan van mening bent dat de grote culturele veranderingen al zijn begonnen met radio Veronica – wat ik ben).

Al veel vaker, en met name in ons boek PopUp, hebben Mark Deuze en ik gepleit voor een journalistiek die nog wel waarde toevoegt aan het nieuws dat we al kennen. Niet door redactie en selectie, dat kunnen die lezers steeds beter zelf. Wel door toon, betrokkenheid, stijl en diepgang – en dat dan allemaal in balans gebracht door veel meer transparantie dan klassieke journalistiek betracht, want als feiten en meningen door elkaar gaan lopen, moet de lezer wel weten wat het een en wat het ander is.

Anders dan De Swaan geloof ik niet dat de elite “vanzelf” weer een rol zal gaan vervullen. De socioloog denkt dat dat uiteindelijk zal gebeuren, zij het met andere personen, met een andere elite, omdat we nu eenmaal behoefte hebben aan mensen die het onderscheid aanbrengen tussen “signaal” en “ruis”:

In dat eindeloos heen en weer van site tot site en tussen lokale en virtuele netwerken zullen zich op het web geleidelijk mensen manifesteren die gezag uitoefenen op een bepaald terrein, voor een speifiek gehoor, binnen een gegeven sector van het internet. Zij worden de nieuwe gidsen, de poortwachters en de smaakmakers waarop anderen zich kunnen orienteren.

De Swaan onderschat de kracht van de techniek, of begrijpt niet goed waartoe netwerktechnologie in staat is. Selectie en redactie zullen veel meer dan voorheen “automatisch” worden gegenereerd, door algoritmen uit de keuken van Google, of door de nog veel intelligentere mechanieken van het semantisch web zoals dat door Tim Berners Lee langzaam wordt geconstrueerd.

In de waardeketen van het nieuws, en bij uitbreiding van de ordening van de samenleving, moet de elite een stukje opschuiven. In de plaats van selectie, redactie en “zending” komen “waardering” en “toelichting”, en dat dan allemaal gekruid met de strikt persoonlijke, doorleefde toon van de verteller die – zoals Afrika-correspondent Bram Vermeulen in NRC als reactie op Luyendijk vertelt – het continent in trekt, achterop op een ‘moto’ stapt, een oude pater spreekt, en daar prachtige zinnen over schrijft.

Nieuwe poortwachters [update]

Zaterdag in NRC een interview met Egbert Dommering, de jurist die in Nederland het informatierecht uit de grond heeft gestampt. Hij vertrekt nu als hoogleraar. In het verleden kreeg Dommering bekendheid als  voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, en als advocaat in zaken waarbij private partijen het tegen de bedilzucht van de overheid of staatsbedrijven opnamen. Hij vocht tegen het monopolie van KPN, tegen het verbod op commerciele televisie en voor het recht op inzage in de stukken over kabinetsformaties (dat laatste tevergeefs).

Bij zijn afscheid is Dommering niet optimistisch over de internetsamenleving. Hij ziet toenemende controle door de overheid:

De overheid heeft allerlei mooie websites, maar de nieuwsvoorziening wordt steeds meer aangestuurd door voorlichting. Symbolisch is dat de premier niet meer naar Nieuwspoort komt, maar dat de journalisten naar hem toe moeten. Er is steeds meer overheidsregie. Het akkefietje met Opinio laat zien dat zelfs geen parodie wordt verdragen.”

En:

Er heeft een wetsontwerp gecirculeerd om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Zoiets hoort thuis in het tsaristische tijdperk. Als je de aanslag op de Twin Towers een goed idee vond, is dat een politieke overtuiging. Die mag je hebben. () Het is alarmerend hoe de overheid de laatste jaren grijp krijgt op onze persoonlijke levenssfeer. In mijn paspoort mag ik ook mijn bril al niet meer op.

Dommering is blij met de makkelijke toegang tot informatie, die we aan internet te danken hebben, maar staat aan de kant van Andrew Keen als hij bezwaar maakt tegen consumenten die niet meer voor informatie willen betalen:

Dan staat alles rijp en groen op het internet, terwijl krantenredacties gaan bezuinigen. Omdat alleen nog betaald wordt voor reclame, verdwijnt het intellectuele eigendom. Die ‘squeeze‘ is heel gevaarlijk. Politici gaan zich dan alleen nog maar laten leiden door de oprispingen van burgers op websites, terwijl de overheid voort banjert met de opslag van gegevens van burgers en het verzorgen van nieuws via voorlichters. Dan heb je een crisis van de elites.

Daar is alleen het kruid van een “beschavingsideaal” a la Huizinga tegen gewassen, denkt Dommering, die overigens wel denkt dat er een marktcorrectie komt. Nu zien we, zegt hij, geen verbanden meer doordat alles zo versnipperd is. Hij ziet een mens zonder context ontstaan die zijn intellectuele bagage ontleent aan Google, stemt op wat een stemmachine hem adviseert en alleen nog weet hoe hij ergens moet komen dankzij de TomTom, niet omdat hij weet waar hij is.

Ik ben het met Dommering eens dat er nieuwe poortwachters zullen komen. Maar ik betwijfel ten zeerste of we die zullen herkennen. Het zullen om te beginnen niet dezelfde elites zijn, dezelfde mensen noch dezelfde instituties. Nieuwe generaties zullen nieuwe mechanismen uitvinden voor selectie, redactie en duiding. Die mechanismen hoeven niet zonder meer democratischer te zijn dan de oude, ze kunnen net zo elitair zijn, maar tien tegen een zullen ze gebruik maken van netwerktechnologie.

Reacties zijn gesloten.