De krant van Joris Luyendijk wordt inderdaad niet meer gelezen

14 mei 2008 Geen categorie 1

In Next vanochtend haalt Rob Wijnberg nog maar eens de mediakritiek van Joris Luyendijk door de wringer. Luyendijk begrijpt volgens de huisfilosoof van Next zijn eigen, fisolofische positie niet. Hij relativeert het gezag van “de krant” kapot met zijn vaststelling dat journalisten nu eenmaal niet alles kunnen weten en niet objectief kunnen zijn, maar schiet zichzelf in de voet.

Luyendijk reageerde vorige week op het boek Het maakbare nieuws, dat weer een reactie was op zijn megaseller Het zijn net mensen. Objectieve journalistiek is niet mogelijk in de dictaturen van de Arabische wereld, was Luyendijks stelling. Laten we maar eens ophouden te doen alsof, zei hij nu. “Waarom bevrijden we onszelf niet van die impliciete beloftes waarvan we zelf weten dat ze nergens op slaan?”

Onder verwijzing naar Nietsche, die beter dan Luyendijk begreep dat het perspectivisme – de wereld is slechts zoals wij hem zien, er zijn geen waarheden, slechts interpretaties – tenslotte alleen maar tot nihilisme leidt. Want van de betrekkelijkheid van het perspectief heeft ook de filosoof zelf last. Ook zijn waarheid wordt door niemand gelooft. Voor Luyendijk geldt hetzelfde, zegt Wijnberg:

… de journalistiek die zichzelf van die belofte bevrijdt, [plaats] zichzelf buiten het machtsspel. Ze zou door niemand meer worden geloofd, zoals ook de politicus die zijn beperkingen opbiecht, maar weinig stemmen zou trekken. De ideale krant van Joris Luyendijk zou dus weliswaar de meest eerlijke en waarachtige krant ter wereld zijn. Maar niemand zou hem nog lezen.

De ironie wil natuurlijk dat het perspectivisme zich hier op Wijnberg zelf stort. Zijn wereldbeeld is dat van een krant, en nota bene van de huisfilosoof in de krant. Wijnberg kan niet anders dan Luyendijk bestrijden, omdat hij anders impliciet zijn eigen positie zou relativeren en dus ongeloofwaardig zou worden. Het is een Nietschiaans Droste-effect, waarin ik zelf vast ook ergens klem kom te zitten.

Neemt niet weg dat het gelijk van Luyendijk mij groter lijkt dat dan van Wijnberg. Omdat de werkelijkheid zich beweegt in Luyendijks richting. Niet de krant die hij zou willen maken, maar de krant die hij gemaakt heeft – hij was onder meer correspondent voor de Volkskrant en NRC – wordt steeds minder gelezen; zie de oplagecijfers over 2007 zoals die gisteren bekend werden gemaakt. Inmiddels zijn die kranten zich wel aan het vernieuwen, maar hun makke was dat ze inderdaad steeds minder geloofd, dat lezers die zich dankzij internet en sociale netwerken op honderd manieren kunnen informeren inderdaad niet meer alles wilden geloven wat ze lazen en hun krant juist verweten dat die te veel onderdeel van het machtsspel was geworden.

De prijs die kranten daarvoor betalen is dat nieuwe generaties nauwelijks nog bereid zijn te betalen voor een krantenabonnement (en gelukkig zijn krantenlezers, als ze dat eenmaal zijn, gewoontedieren waardoor oudere lezers een leven lang lid blijven). Jonge lezers accepteren het Grote Gelijk van de journalist niet meer, wantrouwen de vanzelfsprekende arrogantie en zoeken hun heil elders. Dat kun je tot op zekere hoogte nihilisme noemen, maar op de ontkenning daarvan bouw je geen nieuw medium.

En Next dan? Die krant is geweldig en begrijpt zijn lezers beter dan de huisfilosoof dat doet, juist door Wijnberg zo’n doorwrocht, per ongeluk onthullend betoog te laten schrijven.

Reacties zijn gesloten.