Facts are free, comment is sacred

H

et discussieforum van The Guardian heet “Comment is free”. Dat is het eerste deel van het motto van de krant: Comment is free, but facts are sacred. Nu we met zijn allen steeds vaker reageren op het nieuws, meer behoefte krijgen op commentaar bij het nieuws, en de feiten aan waarde verliezen omdat ze gratis worden rondgepompt op internet, verkeert het journalistieke adagium langzaam in zijn tegendeel. Facts are free, comment is sacred.

Ik zeg niet dat ik daar blij mee ben. Ik stel alleen vast dat het gebeurt. Aan het kale nieuws zelf is geen droog brood meer te verdienen. Het staat al op internet en teletekst, lang voordat de wat langzamere media (kranten, tijdschriften, televisie) het kunnen gaan checken. De economische wetten van internet zorgen ervoor dat eerste-lijns-nieuws gratis wordt.

De journalistiek moet daarom wel haar toevlucht zoeken in iets anders. In achtergronden, analyses, bevlogen reportages, uitgesproken opinies en bovenal onderzoeksjournalistiek. De behoefte aan die genres neemt toe, omdat iemand toch de talloze primaire nieuwsfeiten zal moeten schiften, beoordelen, tegenspreken.

Aan die ontwikkeling zitten keerzijdes. Als niemand meer de feiten checkt, gaat de journalistiek ten onder. Lees daarvoor Flat Earth News van de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies. Bovendien is niet gezegd dat voor een “journalistiek van achtergronden” wel een businessmodel te vinden is. Hoewel ik er niet aan twijfel dat nieuwsconsumenten behoefte hebben aan voortreffelijk geschreven, gepassioneerd vertelde achtergrondverhalen, weet ik niet zeker dat ze daar ook in voldoende mate voor willen betalen.

Er is nog een schaduwzijde. De onderwaardering voor feiten. Las zojuist een interview met Nick Davies, in NRC van zaterdag. Hem werd de vraag gesteld of lezers nog wel de waarheid willen weten. Minder dan vroeger, vat ik zijn antwoord samen. [update: het interview in NRC is nu ook online te lezen dankzij de prachtige NRC Boeken-site]

Ik zeg niet dat ik het leuk vind, maar stel maar vast dat in de eeuw van de computer, die ons exactheid beloofde en harde, binaire, nul of 1-waarheden, de waarheid fuzzy is geworden. We nemen het juist wat minder nauw, we begrijpen dat Google (I’m feeling lucky) niet precies is, dat Wikipedia er geregeld naast zit, en de journalistiek de middelen niet meer heeft om de feiten te controleren, als zij zich al niet laat manipuleren door spin doctors en pr-machines.

Het is die dubbele klem waaruit de journalistiek zich moet bevrijden. We zullen achtergronden moeten brengen – en door lezers laten becommentarieren – omdat de behoefte daaraan het grootst is. En we zullen een uitweg moeten vinden uit het dagelijkse doolhof van duizenden ongecontroleerde feiten.

Dat kan de journalistiek niet meer alleen af. Als we niet nog afhankelijker willen worden van overheidssubsidie en kant en klare persberichten, zullen we steun moeten zoeken bij de derde partij in de driehoek bronnen-journalisten-lezers.

Linksom of rechtsom zullen we lezers moeten betrekken bij het controleren van nieuwsfeiten. Een jaar of wat geleden werd dat burgerjournalistiek genoemd, maar die term suggereert inmiddels dat “burgers” hetzelfde kunnen als journalisten, collectief hetzelfde willen, en het dus wel zonder ons kunnen.

Dat is een misverstand gebleken. Journalistiek is een vak. Maar zonder hulp van lezers kan dat vak niet langer.

Reacties zijn gesloten.