Mag Computer Idee ons afluisteren?

M

ogen journalisten de wet overtreden om een misstand bloot te leggen? En is het risico dat je op Schiphol al internettend wordt afgeluisterd op het wifi-netwerk zo’n misstand? De vraag dringt zich op nu het blad Computer Idee allerlei prive-informatie publiceert van Schiphol-passanten om aan te tonen dat je met niet meer dan een laptop en wat sniffing-software alles te weten kunt komen van argeloze internetters – ook hun pinpas.

Natuurlijk is afluisteren in strijd met de wet. Dat erkent ook hoofdredacteur Edwin Ammerlaan van Computer Idee tegenover Webwereld. Maar daarmee is nog niet per se gezegd dat het opzetten van een nep-wifi-netwerk op Schiphol en het afdrukken van geanonimiseerde prive-informatie ook volgens journalistiek-ethische normen ontoelaatbaar is.

Meestal zijn die normen strenger dan de wet. Dat kan ook, omdat de wet sancties kent, en de journalistieke ethiek niet. De Raad voor de Journalistiek doet wel uitspraken, maar kan journalisten of media geen straffen opleggen. Wie zo’n uitspraak afdrukt, doet dat vrijwillig. Een klager die een zaak “wint” bij de Raad, staat meestal wel sterker bij de rechter.

Misdrijf

Maar het afluisteren van gesprekken of het inbreken in computers (want daar lijkt de stunt van Computer Idee ook op) blijft een misdrijf. Journalisten maken zich daar soms aan schuldig. Soms meten ze zich een doctorandustitel aan om ergens binnen te komen (misbruik van die titel), soms gaan ze met krakers mee (huisvredebreuk), soms vervalsen ze een paspoort om aan te tonen hoe gemakkelijk het is de beveiliging van een luchthaven te omzeilen (valsheid in geschrifte), soms profiteren ze van gestolen informatie (heling).

Journalisten moeten zich in beginsel aan de wet houden, vindt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Maar er kunnen situaties zijn waarin de vrijheid van nieuwsgaring belangrijker is, zegt de Nederlandse mediajurist Gerard Schuijt in zijn standaardwerk Vrijheid van nieuwsgaring. Wat dan wordt meegewogen is bijvoorbeeld het belang dat het publiek had bij die publicatie, maar ook – en dat maakt journalisten even tot een bijzonder soort burgers – de vraag of de journalist die de wet overtrad zich daarbij hield aan de beroepsnormen. Overigens, zegt Schuijt in zijn boek uit 2006, gaan Nederlandse rechters wat onwennig om met die benadering van het Europese Hof. Waar ze journalisten zouden moeten ontslaan van rechtsvervolging, in situaties waar de nieuwsgaring zwaarder woog dan de wetsovertreding, willen ze nog wel eens de journalist schuldig verklaren zonder strafoplegging.

Ethiek

De Raad voor de Journalistiek heeft, lees ik in Grenzen in de journalistiek van Sanne ten Hoove, in 1996 een “ambtshalve” uitspraak gedaan over “afluisteren”, een standpunt bepaald dus zonder dat daaraan een klacht vooraf ging. Stiekem opnamen maken mag niet, vindt de Raad, maar onder bepaalde omstandigheden kan het wel. Bijvoorbeeld als dat “opnemen” gebeurt op de openbare weg en niet in het bijzonder gericht is op een of meer personen. Je zou kunnen zeggen dat zoiets gold voor Computer Idee:: het blad luisterde af wat er toevallig langskwam op Schiphol.

Belangrijker vindt de Raad dat de journalist een zorgvuldige afweging maakt: was het echt nodig om de wet te overtreden om dat verhaal te maken? Heiligt het doel echt de middelen? Had het ook anders gekund? En is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht, bijvoorbeeld door de mensen van wie informatie is afgeluisterd te vragen of ze met de publicatie instemmen? (Ik weet nog niet of Computer Idee dat heeft gedaan)

In de Schipholkraak van Computer Idee gaat het dus om de vraag hoe belangrijk het verhaal was en hoe zorgvuldig het blad is geweest toen het welbewust de wet overtrad. In Webwereld stelt een criticus dat Computer Idee zijn punt ook anders had kunnen maken: dat Wifi-netwerken onveilig zijn, is inderdaad geen verbijsterende onthulling. Van de andere kant beseft het grote publiek dat onvoldoende en kan zo’n indringende reportage veel doen voor de bewustwording.

Wat overblijft is dus die zorgvuldigheid. Edwin Ammerlaan moet maar uitleggen wat zijn blad allemaal heeft gedaan om binnen de normen van de journalistieke ethiek – en indirect binnen de normen van het Europese Hof – te blijven.

[met dank aan Arnoud Engelfriet voor de tip]