De online krantenkiosk heet API: “link and let link”

A

ls jongeren kranten lezen, doen ze dat gratis of online. Ze willen nog steeds weten wat het nieuws is, en vooral wat nieuws gaat worden, maar willen meer dan gewoon lezen. Ze willen het aanraken. Op het nieuws reageren, het laten zien aan vrienden, erop stemmen of het afkraken. Het nieuws moeten ze kunnen koppelen, linken, mixen, verdubbelen, splitsen, verspreiden en opslaan.

Ooit had je de krantenkiosk. Daar kon je het nieuws kopen. Je kon er ook op reageren als er toevallig een andere krantenkoper naast je stond. Je kon drie kranten meenemen en twee andere dagbladen laten liggen. Een artikel uitscheuren werd meestal niet zo gewaardeerd. Met viltstift een aanbeveling achterlaten voor wie na je kwam, evenmin.

De moderne, online krantenkiosk is de API. Een API is een sleutel van software waarmee programmeurs – en steeds meer gewone stervelingen – content kunnen bewerken in andere programma’s. Zo gaat The New York Times een API vrijgeven waarmee derden kunnen spelen met de inhoud van wat de beste krant in de wereld heet te zijn.

Net als andere kranten was de Times lang een gesloten, conservatief bolwerk dat gruwde bij de gedachte dat anderen konden rotzooien met zijn artikelen. Maar de beste manier om online lezers te bereiken, is je deuren open te gooien. Link and let link.

Zorg ervoor dat je vindbaar bent in Google. Verstop je niet achter registratiehekken zodat bloggers naar je gaan verwijzen. Laat je artikelen verwijzen naar wat bloggers erover zeggen. Laat je lezers hun eigen krantenvoorpagina samenstellen, ook als ze daar de content van je concurrent bij willen zetten. En maak een API zodat die buitenwereld je artikelen bijvoorbeeld kan opnemen in een mash-up; de bekendste vorm is misschien een Google Map met vlaggetjes op plaatsen waar nieuws vandaan komt.

[via Edwin Mijnsbergen/ZB Digitaal]