Denken en Delen door Nul

L

aatst las ik Godel, Escher, Bach, het al bijna dertig jaar oude monumentale werk van Douglas Hofstadter. GEB gaat over veel, over kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld en over de kunst van de fuga, maar ik las het bovenal als een lofzang op recursief denken. Dat is denken dat zichzelf in de staart bijt, dat alleen kan bestaan dankzij zichzelf. Zulk denken kan twee kanten op: het implodeert tot niets, of breidt zichzelf oneindig uit.

Ik begon de Amerikaanse filosoof en Pulitzer-winnaar Hofstadter te lezen omdat ik alles wil weten over A.I., ofwel artificial intelligence. Daarvan, zeggen wetenschappers, is pas echt sprake als een machine slimmer is dan een mens. En een machine is pas slimmer als een mens niet meer het verschil kan vaststellen tussen een computer en een ander mens (bedacht de Britse wiskundige Alan Turing).

Stel dat computers, die onmiskenbaar krachtiger worden, binnenkort inderdaad zo intelligent zijn dat ze slimmer zijn dan mensen. Wat gebeurt er dan? Je kunt je voorstellen – een recursieve constructie – dat computers zichzelf gaan uitvinden. Dat doen ze zo slim en snel dat er binnen de korste keren machines komen die het nog sneller en beter kunnen. Zoiets kan geweldig uit de hand lopen. Het proces versnelt zich, versnelt zich nog verder, versnelt zich oneindig. Wat dan gebeurt, wordt wel de “singulariteit” genoemd.

Soms vraag ik me af hoeveel dit met wetenschap te maken heeft. In wezen komt het neer op de vraag hoe zinvol het is je af te vragen waarom delen door nul niet kan. Waar de ruimte eindigt. Hoe de oerknal begon. Tegelijkertijd maakt dat denken over singulariteit de geest vrij. Wie niet buiten de box kan denken, moet zich eens op sleeptouw laten nemen door Ray Kurzweil of Hofstadter. Je leert er in elk geval lenig van denken.

Voor de liefhebber kan ik het online magazine IEEE aanraden, een technologiepublicatie die een special besteedt aan “singularity” (met dank aan Nick Carr). Op de inhoud kom ik terug.

Reacties zijn gesloten.