Jongeren Willen Diepte – Duh

J

ongeren willen weten wat er in de wereld gebeurt. Ze willen nieuws met “diepte” – en dat krijgen ze nu niet, blijkt uit een studie die deze week werd gepresenteerd op het WAN-congres, waarvoor 1800 hoofdredacteuren, uitgevers en ander krantenvolk naar Zweden is afgereisd. Dat jongeren meer dan oppervlakkig geinteresseerd zijn in het nieuws – ja, duh -, heet een eyeopener te zijn. Maar wat moeten we met die vaststelling?

Dat ze “diepte” willen, betekent om te beginnen niet dat ze dus willen betalen voor een klassieke krant. Ze willen weten wat er gebeurt, begrijpen wat er gebeurt en snappen wat er gaat gebeuren. Het nu in Stockholm gepresenteerde onderzoek suggereert dat ze moe en verveeld zijn van de oneindige stroom nieuwsprikkels die over hen wordt uitgestort via internet, televisie en printmedia. Kennelijk willen ze wel een filter dat uit het nieuws pikt wat werkelijk belangrijk is, maar dat filter moet wel multimediaal zijn.

Als de studie hout snijdt, betekent dat dat twee trends aan het afbuigen zijn (of dat ik me vergiste toen ik die trends meende waar te nemen).

De eerste: jongeren – en dat is iedereen onder de 40 – zijn minder oppervlakkig in het nieuws geinteresseerd dan ik dacht. Daaronder schuilt geen waardeoordeel, maar een simpele vaststelling. Gegeven het enorme aanbod van honderden en honderden nieuwskanalen, kun je bijna niet meer dan oppervlakkige belangstelling hebben. Je scant, zapt en browst en alleen wat werkelijk belangrijk is, geef je meer aandacht. Wat uiteindelijk meer dan kortstondige aandacht krijgt, hoeft dus helemaal niet simplistisch of oppervlakkig te zijn.

De tweede: jongeren hebben een filter nodig. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ze heel veel minder dan 40+ gebruik maken van externe autoriteiten als filters (journalisten, bijvoorbeeld), en veel meer drijven op hun sociale netwerk. In dat netwerk gaat informatie rond, gaan verhalen en nieuws rond, en omdat dat met internet elektronisch en digitaal kan, is het zo efficient dat geen tv-journaal of printmedium er tegen op kan.

Tegelijkertijd suggereert het onderzoek dat dat netwerkfilter tekort schiet. Jongeren zouden meer geholpen willen worden bij het selecteren van het nieuws. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. De vraag is natuurlijk wel wat dit betekent. Het roept nieuwe vraagstukken op. Als nieuwe groepen lezers niet meer alleen printmedia gebruiken, hoe zorg je er dan als journalist voor dat je “verhaal” die lezers via alle mogelijke media bereikt? En als je dat voor elkaar hebt, hoe zorg je ervoor dat dat “verhaal” niet op alle platformen gelijk is, maar van de wisselende specifieke mogelijkheden gebruik maakt?