Thomas’ Billen en dat Vermaledijde Internet

V

an een reaguurder kreeg ik een link naar de blote foto’s van Manon Thomas. Die link was een statement. Kijk eens wat ik kan! Pesterig, rebels, een tikje anarchistisch. En voor geen meter deugend. Die foto’s waren gestolen en ex-tv-presentatrice Thomas doet er alles aan haar billen van het net te krijgen.

Dat recht heeft Thomas. Hoewel niet onaantrekkelijk, hebben die billen bovendien geen enkele nieuwswaarde. Ze bewijzen niets. Hun verhaal kun je ook vertellen zonder het te illustreren. Daarom heb ik de comment met die link niet geplaatst.

Daarmee is niet gezegd dat het publiceren van die link onrechtmatig zou zijn. Het publiceren van de foto’s is dat wel, zeer waarschijnlijk. Maar een link? Er is nauwelijks jurisprudentie waarin links naar onrechtmatige content zelf ook onrechtmatig zijn bevonden.

Ik heb in die eerdere post over Thomas gereageerd op de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek, die het plaatsen van een link wel afkeurt. Ik ben het daar niet mee eens. Want waar houdt het op? Mag een link naar een lijst met links wel? Mag je wel zeggen dat de link bestaat en met welke Google-querie die te vinden is?

Een verbod van de rechter of banvloek van de Raad helpt niet. Het internet is te groot en de zoekmachines zijn te krachtig. Bovendien kleeft er aan het net nog altijd iets van een undergroundcultuur, die zijn eigen normen en waarden uitvindt. Het auteursrecht wordt bijvoorbeeld niet meer goed begrepen door eindeloos veel internetgebruikers; zie piraterij van muziek, zie het jatten van foto’s.

Hetzelfde geldt voor privacy. Wie op internet leeft, wie opgegroeid is met de mores van het net, kan heel anders zijn gaan denken over het respecteren van iemand persoonlijke levenssfeer. Op een minder zonder geografische beperkingen doet het er niet meer toe dat Paul Depla wethouder in Nijmegen was toen hij in zijn stad iets onwelvoeglijks deed in de fietsenstalling. De inbreuk op zijn privacy die daaruit voortkwam, zou volgens de oude normen redelijker zijn in Nijmegen, waar Depla als publiek persoon meer moet velen, dan in de rest van Nederland, waar niemand wist wie de wethouder was. Maar op internet spelen dat soort afwegingen nauwelijks mee.

Op een mediadebat over privacy en internet, gisteren in Amsterdam, kreeg het net maar weer eens de schuld van alles. Dat heeft iets kinderlijks. Internet als de bron van alle kwaad. Internet als afvoerputje van alles. Dat is net zo onzinnig als het weer van alles de schuld geven. Dat weer is niets anders dan een natuurkundig systeem. Het is waardenvrij. En je kunt het niet uitzetten.

Ook internet is een systeem, een technologisch systeem, dat zo goed als waardenvrij is. Je schiet er niets mee op als je het de schuld geeft van alles – wat zou je eraan moeten doen (de grootste zwakte in het verhaal van Andrew Keen is dat hij voor zijn litanie geen enkele oplossing biedt).

Daarmee is niet beweerd dat het internet louter goeds voortbrengt. Integendeel. Het is net de gewone wereld, maar dan wat transparanter. Je vindt er hoeren en oplichters, piraten en malloten, trollen en pestkoppen.

Tijdens dat mediadebat ging het vooral, leid ik uit het verslag af, over de rol van de oude media. Die voelen zich gedwongen allengs ruwer met de privacy van bekende personen (denk aan de Kus van Georgina) om te gaan. Ze jagen elkaar op en voelen zich opgejaagd door nieuwe media. De avonturen van Depla kwamen pas in het nieuws toen GeenStijl er over schreef, en de Telegraaf kans zag het relletje op te pikken. Depla werd nieuws omdat hij nieuws werd.
Daar hoeven we niet blij mee te zijn, maar tegenhouden lukt niet. GeenStijl trekt zich niks aan van de Raad, en moet bij mijn weten nog voor het eerst door een rechter op de vingers worden getikt voor een inbreuk op privacy.