God, Google en het Lot van ons Brein (I)

14 juni 2008 Geen categorie 1

Worden jongeren dom omdat ze het lezen verleren? Neemt Google de plaats in van God als alleswetende vraagbaak? Worden computers slimmer dan mensen en hoeven we dan geen ethisch debat meer te voeren over het begin van alle leven omdat doodgaan niet meer hoeft? Een essay over gewone én kunstmatige intelligentie. Deel 1.

Atlantic Monthly

“I

k lees steeds minder grondig”, schrijft de Amerikaanse IT-kenner en blogger Nicholas Carr in een veelbesproken artikel voor Atlantic Monthly. Het is net, denkt hij hardop, alsof een leven online iets met zijn hersenen doet, alsof het gemak van onbeperkt browsen hem steeds behendiger maakt in oppervlakkig informatie scannen, maar tegelijkertijd zijn vermogen aantast om langdurig en geconcentreerd te lezen. “I’m not thinking the way I used to think.

Zijn zes pagina’s lange essay in het Amerikaanse tijdschrift is provocatief en prikkelend – en daarom kom ik er nog net doorheen. Maar ik ken het gevoel van Carr. Niet dat ik minder lees, maar ik ben sneller afgeleid en kieskeuriger dan tien jaar geleden. Alleen de boeken die er echt toe doen, lees ik uit. Wat me niet stevig genoeg bij de strot grijpt, gaat sneller bij de nachtkaststapel “Ooit Uitlezen”, verdwijnt amper aangeraakt in een kast, of belandt bij De Slegte.

Met kranten, tijdschriften en televisiedocumentaires verloopt het niet anders. Hun verhalen moeten me eerder pakken. Het kost me meer moeite bij de les te blijven. Bovendien heb ik al lang geen last meer van een knagend, gereformeerd schuldgevoel dat me er vroeger nog toe kon brengen plichtmatig de doorwrochte artikelen op buitenlandpagina’s uit te lezen.

Toch kom ik niet tekort. Kennelijk filter ik anders. Ik wil meer weten van minder. Die informatiebehoefte wordt met aanzienlijk meer en met andere media gevuld: pakweg honderd rss-feeds van bloggers, universiteitssites, vaktijdschriften en enkele traditionele media; een kleine verzameling websites van vooral buitenlandse magazines; pdf’s van wetenschappelijke rapporten en onderzoeksverslagen.

Ik lees nog wel grondig, maar alleen als het moet.

Ik dwaal niet meer op goed geluk af.

Bijgevolg ontdek ik minder.

Reacties zijn gesloten.