God, Google en het Lot van ons Brein (II): Worden We Dom?

Worden we dom omdat we het lezen verleren? IT-kenner en blogger Nicholas Carr sombert daarover in een artikel in Atlantic Monthly. Door internet lezen we minder “diep” dan vroeger. We worden platter en breder. Maar is dat erg? Deel 2.

Nick Carr - foto Doc Searls

M

et Carr ben ik ervan overtuigd dat internet ons leespatroon ingrijpend en blijvend verandert. Die trend is niet begonnen met het net. Al sinds de jaren vijftig lezen we – in elk geval in Nederland – steeds minder. Radio en televisie hebben daar iets mee te maken. We worden steeds vaker afgeleid of onderbroken; het leven is een onafgebroken aaneenschakeling van onderbrekingen, uitvluchten en dwaaltochten geworden.

Het net bekroont die trend. Van de afleiding heeft het zijn bestaansrecht gemaakt; die noemen we hyperlink. Eindeloos websurfen is niets anders dan gesublimeerd afdwalen. We bewegen ons moeiteloos door zeeen van informatie. De alomtegenwoordigheid van wat vroeger schaars was, of lastig te vinden (je moest langs de kasten van een bibliotheek schuifelen, gebogen voor de onderste rijen, nek scheef), maakt ons tot pancake people, steeds breder en platter.

Het zou me niet verbazen als niet alleen wat we lezen verandert, of hoeveel, of wanneer, maar ook hoe we lezen. Ik ken – helaas! – geen sociologische of neurologische onderzoeken die het zouden kunnen bewijzen, maar kan me goed voorstellen dat de techniek van het lezen langzaam maar zeker verandert. Van een scherm lees je anders dan in een krant. De regelmatige breedte van kolommen helpt je niet meer, je begint niet meer met overzicht, de verschillende corpsgroottes op een pagina helpen je niet meer bij de selectie, je weet niet meer hoe lang het artikel is dat je gaat lezen.

Witregels

Daar staat tegenover dat internet je hersenen traint in het negeren van bewegende banners, terwijl je juist halfbewust of onbewust registreert welke fragmenten informatie verrijkt zijn met hyperlinks en daardoor, zelfs zonder dat je die links daadwerkelijk volgt, misschien betrouwbaarder overkomen. Ook manifesteren zich nieuwe principes van usability: op internet wordt bondiger geformuleerd, meer to the point. En het betekent iets dat de witregels tussen alinea’s, die vrijwel standaard zijn op websites, nu ook steeds vaker in boeken opduiken.

Maar Carr laat het niet bij de vaststelling dat ons lezen steeds oppervlakkiger wordt. In zijn essay Is Google Making Us Stupid gaat hij een stap verder. Naar mate mediaconsumenten meer gewend raken aan de bondigheid en het gemak van internet worden ook traditionele media gedwongen zich aan te passen:

Television programs add text crawls and pop-up ads, and magazines and newspapers shorten their articles, introduce capsule summaries, and crowd their pages with easy-to-browse info-snippets. When, in March of this year, TheNew York Times decided to devote the second and third pages of every edition to article abstracts, its design director, Tom Bodkin, explained that the “shortcuts” would give harried readers a quick “taste” of the day’s news, sparing them the “less efficient” method of actually turning the pages and reading the articles. Old media have little choice but to play by the new-media rules.

Geen ontsnappen meer aan, luidt de conclusie van Carr. Het is aanpassen of uitsterven. En bovenaan de Darwinistische hiërarchie van informatieleveranciers staat het meest waardevolle, meest innovatieve en snelst groeiende mediabedrijf in de geschiedenis. De Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin willen niet alleen de perfecte zoekmachine bouwen, maar alle kennis in de wereld bijeen brengen en ontsluiten.

Prachtig, zegt Carr, maar het is een gevaarlijk misverstand al die mechanisch voortgebrachte “instant informatie” aan te zien voor wezenlijke kennis. Als we alles wat we willen weten opdiepen met een Google-query, als Google de ultieme maat wordt voor kennis, als instant informatie de plaats inneemt van deep thinking, als langzaam overwegen wordt vervangen door hyperactief browsen, dan eindigen we dom en verliest onze cultuur iets wat van waarde was. Sombert Carr.

Maar wat is dom? En wat is intelligentie? Wat is weten?