God, Google en het Lot van Ons Brein (III):

Worden we dom van internet? Nick Carr vreest dat de cultuur aan kwaliteit verliest als we niet meer “diep” kunnen lezen en ons overleveren aan de kunstmatige intelligentie van Google. Maar wat is dom? Wat is intelligentie? Deel 3.
Hersenen. Foto Gaetan Lee

W

ie gelooft, weet zeker dat God bestaat. Die paradox is even vreemd als zijn tegenhanger, die zegt dat alle wetenschap begint met twijfel. Nooit heb ik mensen met meer stelligheid iets horen beweren dan in de gelukzalige belijdenis van hun geloof. Geen spoor van aarzeling. Geen voorbehoud. Niets dan aanvaarding, met alle morele consequenties (Gij Zult Geen Embryo’s Selecteren) en zendingsdrift die daarbij horen. Evenmin ken ik wetenschappers wier kennis volmaakt is, af en klaar. Integendeel.

Het filosofische verschil tussen zeker weten en aarzeling, is de kern van het debat over kunstmatige intelligentie. Daaronder verstaan we meestal een denkende computer. Of preciezer: een computer die beter denkt dan wij. Zo’n machine komt rap dichterbij, geloven futurologen als de Amerikaan Ray Kurzweil. Computers worden volgens zijn Law of Accelerating Returns steeds sneller steeds krachtiger. Nog een jaar of wat en ze zijn in staat per seconde evenveel gigaflops aan berekeningen uit te voeren als het menselijk brein met zijn 100 miljard neuronen.

Hoewel ik Kurzweil een fascinerend wetenschapper vind, en zeker geen halvegare techno-utopist, vermoed ik een lek in zijn toekomstscenario. Kurzweil gelooft niet alleen dat computers binnen een jaar of vijftien jaar intelligenter zullen zijn dan mensen, maar ook dat ze in laatste instantie zullen samensmelten met hun makers. Stel je hierbij een bedrade, mechanische mashup voor van gemanipuleerde genen, superieure robottechnologie en een ultrasnelle microchip als brein. Zodra we in staat zijn onze weke hersenen per usb-kabeltje en plugin te downloaden naar dat robuuste systeem, is doodgaan volgens Kurzweil niet meer nodig.

Evenmin, voeg ik eraan toe, als de moeizame ethische discussie over het begin van alle leven, over embryoselectie, genetische manipulatie en abortus provocatus. Als Kurzweil gelijk krijgt, zijn we af.

God is een hacker

De fout die Kurzweil mogelijk maakt, het lek in zijn denken, wordt veroorzaakt door zijn rotsvaste vertrouwen in de preciezie van digitale processoren. Terwijl juist onnauwkeurigheid, fuzziness en onvoorspelbaar toeval de essentie vormen van processen in het menselijk brein, beschreef Douglas Hofstadter al in zijn met een Pulitzer bekroonde meesterwerk Gödel, Escher, Bach.

In The New York Times vertelt een neurowetenschapper dat het allicht best mogelijk zal zijn een denkende, zelfs empatische computer te bouwen, maar dat het waarschijnlijk ondoenlijk zal blijken het menselijk brein na te bouwen langs de weg van reverse engineering. Hij citeert een collega, volgens wie God een hacker is, geen ingeneur: “You can do reverse engineering, but you can’t do reverse hacking.”

Gedachtenoefeningen over artificial intelligence (kortweg AI genoemd) gaan vroeg of laat over het verschil tussen zeker weten en twijfel. Sceptische wetenschappers slaan het laatste hoger aan dan het eerste. Computers kunnen misschien snel en exact rekenen, maar aarzelen kunnen ze niet. Dat is ook mijn bezwaar tegen het cultuurpessimisme van Carr. Ik vind de wiskundige potentie van computers veel minder bedreigend voor onze cultuur of de essentie van het menselijk bestaan in het algemeen. De flexibiliteit van het menselijk brein, ons vermogen tot aanpassing, leidt er ongetwijfeld toe dat we iets kwijtraken – en misschien niet meer allemaal even makkelijk zullen kunnen genieten van Oorlog en vrede. Maar waarom zouden we alleen iets kwijt raken?

Juist de onvoorspelbaarheid van het menselijk denken, juist de aarzeling en fuzziness, garanderen onze superieuriteit, niet ten opzichte van elkaar uiteraard, maar tegenover steeds slimmere computers.