Journalisten Multimediaal, nu de Media Nog

J

ournalisten in Europa staan niet meer met hun rug naar internet. Lijken ze tenminste te zeggen in een onderzoek van Oriella PR Network. Het verschil tussen wat ze ogenschijnlijk zeggen en wat zij, hun kranten of hun omroepen feitelijk doen, is subtiel. Anders dan een jaar of vijf terug, zijn media nu vaker multimediaal, dat is onmiskenbaar, maar de meesten houden de voet op de rem.

Vier op de tien journalisten werkt voor een medium dat ook iets met webvideo of podcasts doet, aldus de onderzoekers, een netwerk van twintig communicatiebureaus in Europa. Opgewonden voegt het rapport eraan toe dat dat heel veel is, omdat slechts drie procent van de journalisten voor een audiovisueel medium werkt.

De suggestie dat bijna de helft van alle oude printjournalisten volledig “om”is, wordt niet door het onderzoek bevestigd. Integendeel. Slechts een op de acht journalisten wordt geacht wel eens iets voor een camera te doen. Een op de twintig moet naast zijn gewone werk ook nog podcasts maken. Dat is het verschil wel eens een uurtje trimmen en je voorbereiden op een marathon – in beide gevallen doe je aan hardlopen.

Daarmee is de conclusie van het Oriella-onderzoek, waarvoor 347 journalisten werden ondervraagd in de Benelux, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Zweden en Groot-Brittannië, wat minder positief. Media doen iets met internet, maar ze gaan er, zoals dat tegenwoordig heet, niet vol voor. Zo zegt maar een op de tien journalisten een vorm van videotraining te hebben gehad.

Feitelijk laat het onderzoek zien dat de Europese journalistiek – zo je daar al van kunt spreken – halverwege de overgang van mono- naar multimediaal verkeert. Het glas is dus ook half vol. Vrijwel nergens meer wordt internet gebruikt voor shovelsites, vrijwel niemand ziet het medium nog louter als bedreiging voor het kernproduct.

Bovendien hanteren kranten, in navolging van de Britse Daily Telegraph, steeds vaker een online first strategie: verslaggevers schrijven eerst voor de website, en gaan dan eens goed nadenken voor een ander, dieper gravend verhaal voor de krant van morgen. In het verlengde daarvan accepteert een meerderheid van de media nu reacties van lezers online, en kiezen steeds meer media voor journalisten-blogs als aanvullend online genre.

Wat het Oriella-onderzoek niet toont, is hoe diep die koerswijziging ingrijpt op redacties. Dat journalisten wel eens een podcast maken, betekent nog niet dat ze dat dagelijks doen, als vanzelfsprekend en onontkoombaar deel van hun takenpakket (waarmee ik niet wil beweren dat dat het ultieme doel is). Maar wat ze zeggen, of lijken te zeggen, staat in elk geval niet per se gelijk aan wat uitgevers doen als ze hun innovatiebudget verdelen.

Reacties zijn gesloten.