NRC-Discussie Over Haatzaai-Vonnis Draait Om Hete Brij Heen

1 juli 2008 Geen categorie 5

M

ag je homo’s, moslims en allochtonen verrot schelden op een website zolang die niet voor iedereen toegankelijk is? Een rechter in Amsterdam heeft een man vrijgesproken van discriminatie en belediging, ofschoon de haatsite “onmiskenbaar homofoob, racistisch, islamofoob en antisemitisch” was. De reden: de site was “semi-openbaar” omdat bezoekers zich moeten registreren om toegang te krijgen.

Folkert Jensma behandelt de kwestie in zijn NRC-rubriek De Uitspraak. Het vonnis wordt bekritiseerd door twee experts, hoogleraar strafrecht Yvo Buruma en hoogleraar recht en informatisering Corien Prins. Beide vinden dat de rechtbank strenger had moeten zijn. Dat de site moeilijk te vinden is, betekent nog niet dat de racistische uitspraken in beslotenheid zijn gedaan, vindt Buruma. En volgens Prins bestaat er zowiezo niet zoiets als semi-openbaar.

Uiteraard twijfelt niemand aan de racistische aard van de teksten waarover de rechtszaak ging. Wie zoiets in het openbaar roept, moet worden aangepakt. De vrijheid van meningsuiting kent hier een grens. Daarover bestaat niet de geringste twijfel. Maar de vraag is waar die openbaarheid begint. En nog interessanter: ligt die grens in een digitale cultuur, op internet dus, waar je hem vanuit het perspectief van de oude wereld zou verwachten?

Briefgeheim

Ik denk het niet. Het verschil tussen openbaar en prive is er in elk geval op internet niet eenvoudiger op geworden. Dat zagen we al bij de discussie over het briefgeheim en email, die eind jaren negentig tot grote consternatie leidde in de Tweede en Eerste Kamer. De vraag, die toen onbeantwoord bleef omdat de wetgevers er niet uit kwamen, was deze: geldt het traditionele briefgeheim (artikel 13 van de Grondwet) ook onverkort voor email, of moet je daar als email-verzender iets voor doen? Moet je je mail versleutelen om aanspraak te kunnen op privacy?

Als gezegd: de grondwetswijziging die nodig was om email ook te beschermen met het briefgeheim kwam er niet door. Juristen als Egbert Dommering en Lodewijk Asscher hebben tevergeefs gepleit voor het opnemen van een “communicatiegeheim” in de grondwet, vanuit het besef dat die nu een gat kent ergens tussen de vrijheid van meningsuiting (art 7), de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art 10) en het briefgeheim (art 13).

In die moeizame, troebele discussie – we waren allemaal erg onder de indruk van de nieuwe technologie die over de informatiemaatschappij denderde – leken we te gaan vinden dat de burger iets moet doen (de geobjectiveerde wil moet hebben) om zijn communicatie te beschermen tegen inbreuken door de overheid. De een vond versleuteling van mail een voorwaarde, de ander leek het al voldoende als die mail was gericht aan een beperkte kring van personen.

Semi-openbaar

Maar als dat de definitie van niet-openbaar is, als daar de grens ligt, waarom zou een discussie op een besloten forum dan wel openbaar zijn? Of zelfs maar semi-openbaar? Hoeveel moeite je ook kunt hebben met dit haatzaaivonnis vanwege de inhoud van de beledigingen, feit is dat de rechter geprobeerd heeft de geest van de grondwet te respecteren, ondanks het feit dat die grondwet nog niet helemaal internetproof is.

Dat moet ooit anders. Daarom is het zo jammer dat Jensma noch zijn commentatoren Buruma en Prins de moeite hebben genomen dieper in te gaan op de vraag wat op internet precies semi-openbaar mag heten, zo dat al kan. Ze draaien gedrie-en om de hete brij heen.

Waar gaat het echt om? Een site of forum is volgens mij besloten als je er niet binnenkomt zonder een unieke logincode. Die zal ertoe leiden dat je als deelnemer aan een discussie er redelijkerwijs vanuit mag gaan dat wat je zegt een vertrouwelijk en besloten karakter heeft. Dat geldt natuurlijk niet als de discussie zelf, zoals op veel dagbladsites, ook voor buitenstaanders te volgen is en alleen voor deelname registratie nodig is.

Dit betekent onder meer ook dat MSN-chats een besloten karakter hebben, zolang die in beperkte kring – onder vrienden dus – plaats vindt. Ik realiseer me dat het begrip “vrienden” aan inflatie onderhevig is, maar dat hoeft niet te betekenen dat alle MSN-communicatie ineens een openbaar karakter heeft. Omgekeerd is een openbare website een openbare website, ook als de homepagemaker in al zijn onnozelheid niet door had dat de wereld meekeek toen hij “Hello” tevoorschijn wist te toveren. Wie “Hallo, ik haat homo’s” publiceert, heeft een probleem.

Update: Login of niet

Arnoud Engelfriet schreef al op 5 juni over deze zaak (NRC vermeldde niet dat het om de extreem-rechtse site Polinco ging). Hij had grofweg dezelfde overwegingen als ik hierboven, maar verwijst vooral naar de reacties op zijn post waaruit naar voren komt dat in dit specifieke geval het forum wel om te kunnen reageren afgesloten was, maar geen login nodig had om het te kunnen lezen. Daarmee is dat forum (het is inmiddels opgeheven of gesloten) niet semi-openbaar, zoals de rechtbank constateerde, maar volledig openbaar.

Een reactie in Engelfriets blog verwijst nog naar de uitspraak van een Zeeuwse rechter die haaks staat op het Amsterdamse vonnis:

Misschien ook aardig om te weten dat anderhalf jaar geleden een zeeuwse rechter de webmaster van een zeeuws gabberforum heeft veroordeeld ondanks het feit dat hij een password op het forum had. Het forum (vol met racisme en discriminatie) was niet te vinden via google of anderszins, alleen gaf hij iedereen die het wilde het password, zodoende had een groep van 30 mensen die hij niet persoonlijk kende toegang. Daar stelde de rechter ook vast dat het forum openbaar is.

Reacties zijn gesloten.