Tarantino & het Post-Ironisch Postmodernisme II

Uma Thurman

A

ls Pulp Fiction het icoon is van de ironie in het postmodernisme, is Kill Bill dat van het post-ironisch postmodernisme. Dat is meer een vraag dan een feit, of hooguit een feit van net iets meer dan 51%, zo’n feit waarvan je vermoedt dat het net iets meer waar is dan onwaar. En dat bedoel ik ironisch, relativerend, mijzelf en die uitspraak voor beduidend minder dan de helft serieus nemend.

Quentin Tarantino is een cult-regisseur. Niet omdat hij cultfilms maakt, wat-ie overigens wel doet, maar omdat alles aan hem cult is. Hij ademt cult in en zweet het uit. Een paar decennia cultfilms heeft hij opgezogen, te beginnen als jongeman, werkend in een videotheek, en daarna dwangmatig films kijkend en bestuderend.

Maar belangrijker nog lijkt me dat Tarantino minstens even veel het product is van zijn tijd, als de producent van cultfilms. Hij is het icoon van het postmodernisme, van de ironie in de jaren negentig, en van het hyperindividualisme. Dat zie je, las ik in een recensie over Kill Bill uit 2004, aan de platheid van zijn karakters. De hoofdpersonen in KIll Bill ontwikkelen zich niet, ze moorden elkaar uit. En de dramatische spanning ontstaat niet door wat The Bride (Uma Thurman) met haar tegenspelers doet of heeft. Dat is slechts oppervlakte. De film is eigenlijk vooral zo goed door de spanning tussen Thurman en haar volstrekt gebiologeerde bewonderaar, Tarantino zelf.

Brokken

De twee delen van Kill Bill heb ik vijf of zes keer bekeken. Aan een stuk, en in brokken, zappend van hoofdstuk naar hoofdstuk (het is, voor de niet-ingewijden, dus een film in hoofdstukken). De film is zinneprikkelend en onweerstaanbaar, het is een aaneenschakeling van verwijzingen naar de halve filmgeschiedenis, naar Chinese kung fu, Japanse zwaarvechtfilms en Italiaanse spaghetti-variaties op Amerikaanse westerns.

Die verwijzingen, en het collectieve zoeken naar verwijzingen dat zich vervolgens op internet afspeelt, plaatst Kill Bill midden in de digitale cultuur. De internationale echo’s maken dat je je thuis weet in een geglobaliseerde wereld. En tegelijkertijd zijn dan veel te grote woorden (geglobaliseerd, digitale cultuur), omdat de film zichzelf met een korrel zout neemt.

Mijn probleem is dat Tarantino dat bijna nergens zo expliciet doet. Anders dan in Pulp Fiction, het gangsterdrama met John Travolta als Vincent Vega, dat alleen maar als parodie kon worden bekeken, als briljante parodie overigens. Kill Bill is nergens zo eenduidig ironisch, geloof ik, waardoor je als kijker jezelf af en toe in de arm moet knijpen: waarom vind ik dit zo leuk en fascinerend?

Kill Bill is om die reden post-ironisch. Nog wel doordrenkt van het postmodernisme, maar daar tegelijkertijd al half aan voorbij. Ik weet dat Tarantino lang met het verhaal voor de film heeft rondgelopen, maar heb me afgevraagd of zijn on-ironische aanpak iets te maken heeft met het on-ironische begin van de eenentwintigste eeuw. Zou het een rol hebben gespeeld dat na de aanslagen van 9/11 Amerikaanse trendwatchers en commentatoren de ironie doodverklaarden?

[wordt vervolgd]