Mediamores: nog twee maanden te gaan

26 augustus 2008 Geen categorie 5

Begonnen aan de laatste twee maanden van Mediamores. Dat boek over digitale cultuur, bloggende burgers en journalistieke ethiek moet in november naar mijn uitgever. Het is voor pakweg 80 procent klaar, in eerste versie dan. Ik hoop de laatste twee hoofdstukken in september af te maken, waarna ik in oktober toekom aan het herschrijven, redigeren, annoteren en – nou ja – opleuken.

Waar gaat het over, vroeg deze week iemand. Over de invloed van internet op journalistieke normen en waarden, zei ik. En andersom. Wat mij bij het schrijven opvalt is dat de blogosfeer en de journalistiek over en weer van elkaar lenen. Journalisten nemen nieuwe normen en waarden over, en bloggers trekken zich wel degelijk iets aan van journalistieke ethiek. Daarnaast ontlenen journalisten gretig informatie van internet, terwijl bloggers leentjebuur spelen bij de klassieke media, door nieuws te becommentariëren uiteraard, maar ook door aanspraak te maken op journalistieke privileges.

En dat is maar goed ook. Bloggende burgers zullen zich als mediamakers net zo verantwoordelijk moeten tonen als journalisten, willen ze door de samenleving serieus genomen worden. Zo serieus, althans, dat ze aanspraak kunnen maken op die paar bijzondere rechten die journalisten wel degelijk hebben. Een journalist is in principe geen hogere burger dan de gewone burger, maar mag in bijzondere omstandigheden wel degelijk meer.

Denk aan de perskaart die hem toelaat achter een politieomheining, denk aan toegang tot de rechtzaal of de Tweede Kamer, denk aan het verschoningsrecht. Zelfs het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat de Nederlandse overheid de afgelopen tien jaar enig respect voor de journalistiek heeft bijgebracht, gaat er vanuit dat je een serieuze journalist moet zijn wil je voor de rechter de naam van een bron kunnen verzwijgen.

Wat serieuze journalistiek is, blijft natuurlijk het dilemma in tijden van internet. Wie bepaalt dat? Wat is dat? Het is een elitenorm die telkens wordt herbevestigd door de elite. Dat is een lullige beperking. Uiteindelijk zal de rechter beoordelen wie terecht een beroep doet op het journalistiek verschoningsrecht, wie zich terecht journalist noemt – waarmee niet gezegd hoeft te zijn dat je per se voor een klassiek medium moet werken.

Wat het wel impliceert, is dat een journalist of blogger zelf-kritisch is, zijn normen en waarden moet kunnen uitleggen. Heeft hij een belangenafweging gemaakt toen hij zijn bron geheim hield of die gestolen brief weigerde uit handen te geven. Kon hij zijn publicatie ook op een andere manier mogelijk maken (subsidiariteit), was het middel dat hij gebruikte niet te zwaar (proportionaliteit)?

Gegeven de huidige stand van het recht is dit de reden waarom een journalistieke code ook voor bloggers van belang is. Je moet ergens naar kunnen verwijzen. Dat hoeft niet per se de code die zijn die in Nederland wordt gebruikt door klassieke journalisten. Het mag ook anders.

Reacties zijn gesloten.