Een Link Is Een Citaat, Maar Dan Omgekeerd

W

ie een link plaatst, is eigenlijk aan het citeren. Maar dan anders. Een hyperlink, de onmisbare bouwsteen en het elementaire deeltje van internet, schept vrijheid. Een link opent een wereld, omdat een link niet op zichzelf staat, maar opgenomen wordt in een wereld van verwijzingen. Een citaat doet dat niet. Een citaat legt een een-op-een relatie. Een citaat sluit af.

Het citaat en de link behoren tot dezelfde familie, maar zijn van een andere generatie. De link hoort uiteraard bij de internetcultuur van de 21ste eeuw. Het citaat zit gebakken aan het auteursrecht van de 20ste eeuw. Dat auteursrecht wil beschermen, inperken, afsluiten. Wat de link opent, houdt het auteursrecht dicht.

In de auteurswet staat het citaatrecht omschreven als een uitzondering op de regel. Die regel luidt dat de maker van een intellectueel product – verhaal, tekening, foto – zelf mag bepalen hoe zijn werk wordt geexploiteerd. Dat blijft zo tot ver na zijn dood. Citeren mag, maar met mate. In het Amerikaanse copyright ligt dat duidelijker vast als het “fair use” beginsel.

In alle gevechten over het auteursrecht vallen mij twee dingen op. Nieuwe mediagebruikers begrijpen vaak niet waarom ze geen artikel uit de krant mogen overnemen voor hun blog. Dat citeren een uitzondering is, en niet de regel, vinden ze vreemd. Bovendien hebben ze geen enkel gevoel voor verhoudingen. Fair use betekent voor hen dat het fair is als ze het hele artikel citeren.

Minstens zo interessant is de houding van oude mediamakers. Die zien vooral de verschillen tussen citeren en linken, terwijl de overeenkomsten veel belangrijker zijn voor hun toekomst. Voor uitgevers van kranten en boeken is een citaat een bewijs van erkenning. Ze staan weloverwogen een vinger af. Maar een link is de hele hand, arm en halve romp.

Oude mediamakers hebben natuurlijk wel een probleem. Het persbureau AP en de Belgische belangenbehartiger van Franstalige en Duitstalige kranten Copiepresse verzetten zich tegen links naar hun content, omdat ze zich bedeigd voelen. Dat is niet de schuld van die links, maar van het fenomeen dat op internet het citaat zoveel waard is (in geld, ja) als het hele verhaal.

Het snelst groeiende medium van het afgelopen decennium was internet, las ik al weer een tijdje geleden. Voor de meeste mensen bestaat internet uit pagina 101, die dan de hele dag aanstaat. Ze volgen het nieuws dat om de haverklap naar de zichzelf verversende teletekstpagina te kijken. De koppen volstaan; ik denk niet dat veel mensen nog doorzoeken naar de achterliggende artikelen (al was het maar omdat dat zo traag gaat).

Als de kop het hele verhaal is, is het citaat dat ook. En de link dus ook. Dat is waarom Google News en soortgelijke aggregatiesites veel meer zijn dan opgepimpte zoekmachines. Het zijn mediabedrijven.

Uitgevers benadrukken de verschillen tussen citaat en link, tussen het Goede en het Kwade, tussen de white knight en de black knight. Veel verstandiger zou het zijn als ze probeerden te doorgronden hoe ze hun content kunnen ontsluiten door gebruik te maken van links, niet alleen de links naar hun eigen content, maar de wereld van links.

Op internet, las ik bij Jeff Jarvis, is de link de pasmunt van een nieuwe economie. Die link is waar het geld zit. Het lijkt daarom veel slimmer om mee te bewegen met de stroom, dan je vast te houden aan de beperkingen van het citaatrecht. Go with the flow, zeiden ze vroeger.

Vreemd is natuurlijk wel dat elke uitgever online tegenwoordig zijn content met rss-feeds weer zo breed mogelijk verspreid. Dat is raar omdat nog maar een paar procent van de internetgebruikers weet hoe ze ermee om moeten gaan. En het is raar, omdat je met rss-feeds – en zoekmachine-optimalisatie – natuurlijk precies dat omarmt waar je je zo tegen verzet.

Reacties zijn gesloten.