“Dat noemden we vroeger een embargo, jongen”

17 september 2008 Geen categorie 0

N

og een paar jaar en iedereen zal het vergeten zijn, net als de smaak van bittere witlof, preken van meer dan twintig minuten en akoestische modems. Aan de bar van Nieuwspoort zal een oudgediende parlementair verslaggever een rookie proberen uit te leggen dat je vroeger de Miljoenennota vier dagen voor Prinsjesdag kreeg maar er nog niet over mocht schrijven.

“Dat noemden we een embargo, jongen.”

Groot ongeloof. “En iedereen hield zich daar aan?

“Eerst wel. Onvoorstelbaar he? Dat we zo braaf waren. Maar ergens in de jaren nul liep dat mis. Iemand schreef erover en zei dat-ie het verhaal uit eigen nieuwsgaring had. En toen kon de rest niet achterblijven.”

Toen kon dat embargoding dus in de prullenbak?

“Niet meteen. De Rijksvoorlichtingsdienst bedacht dat we moesten beloven ook niet over de Miljoenennota te schrijven als iemand anders dat wel deed.”

Totale verbijstering. “Iedereen weet alles al en jullie moesten nog dagen doen alsof je stom en blind was?

De Nieuwspoortveteraan kijkt diep in zijn lege vaatje en schaamt zich. “Daar kwam het wel op neer, ja.”

IEDEREEN WEET HET

Een embargo kan werken als een klein aantal partijen er gelijkelijk belang bij heeft dat informatie onder de roos blijft. Als honderden mensen hun mond moeten houden over stukken die via internet kunnen worden verspreid, en er juist belang bij hebben de informatie wel te verspreiden, is een embargo zo waterdicht als wc-papier.

Het verschil tussen vroeger en nu is natuurlijk internet, of beter gezegd: de vanzelfsprekende alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid van informatie in een digitale cultuur. Internet is een zo transparant medium dat informatie openbaar is of geheim, en zelden of nooit meer “een beetje openbaar”.

Wie gewend is aan internet, kan zich niet voorstellen dat journalisten over informatie zwijgen die ze quasi-niet-hebben. Als informatie beschikbaar is, is ze overal beschikbaar, en voor iedereen. Niet dat voor elk detail van de rijksbegroting evenveel interesse zal kunnen opbrengen, maar we kunnen wel alles vinden. Dat is the long tail van Prinsjesdag, zeg maar.

In wezen is het failliet van de embargoregeling meer een culturele dan een technische kwestie (en dat heeft ook iets te maken met de veranderende mores in Den Haag, met enthousiast lekkende bewindslieden en haastige journalisten). Wat verandert is het respect voor informatie. Zoals het respect voor bejaarden afneemt – opstaan in de bus – nu we meer 65-plussers hebben, zo wijkt ook het ontzag voor bedrukt papier of letters op een beeldscherm.

Een bericht op internet is vrij, denken nieuwe generaties. Dat wil zeggen dat je het geheel of gedeeltelijk mag overnemen (embedden, zeggen we als het om video gaat), er onbeperkt uit kunt citeren en het uiteraard naar je duizend Hyves-vrienden kunt doorsturen. Wie wat langer op internet zit, weet nog dat het gebruikelijk is even te linken naar de bron van het bericht; dat is overigens meer een kwestie van usability, van laten doorklikken naar andere sites, dan van bronvermelding. Plagiaat – doen alsof je iets zelf gemaakt hebt – is al bijna even geaccepteerd als schending van de auteurswet – iets overnemen zonder toestemming.