Journalisten en Bloggers Krijgen Verschoningsrecht Dat Ze Al Hebben

H

et is officieel, zegt Steeph (Stephan Okhuijsen van Sargasso). De wet kent geen verschil meer tussen bloggers en journalisten. En het is waarachtig of ik op mijn wenken werd bediend. Koud stond mijn verhaal over territoriumnijd en kippendrift online, of de minister van Justitie stuurde een wetsvoorstel rond dat het verschoningsrecht regelt, voor bloggers en journalisten.

Dat voorstel deugt wel. Het maakt geen onderscheid tussen beroepsjournalisten en al die amateurs die regelmatig bloggen of incidenteel een bijdrage leveren aan het publieke debat. Iedereen kan, als de wet wordt aangenomen, zijn bron beschermen. Of je je mond mag houden tegen justitie, hangt niet af van het medium waarvoor je werkt, of je opleiding, maar alleen van de publicatie zelf.

Journalistiek is een daad. Ik heb dat in de discussie over de Code van de Journalistiek keer op keer bepleit (nadat ik, toegegeven, afgestapt was van een andere benadering, die zei dat een journalist zelf maar moest bepalen of-ie journalist wilde zijn). Wat journalistiek is, meet je niet af aan wie het doet, maar aan wat, en dus ook hoe hij het doet.

Minister Hirsch Ballin volgt in zijn wetsontwerp die lijn. Dat biedt iedereen de ruimte een beroep te doen op het journalistiek verschoningsrecht, waarna de rechter moet bepalen of die claim terecht is. Daarbij speelt, aldus het voorstel, de vraag een rol of het journalistieke product – het artikel of de tv-productie dus – voldoende serieus is. Als het dat niet is, speelt het geen rol in het maatschappelijk debat, en zal het belang van een strafrechtelijk onderzoek snel zwaarder wegen.

Niets nieuws

De ironie is: de wet voegt – voor zover ik heb kunnen zien – niets toe aan het bestaande verschoningsrecht. Dat is sinds het Goodwin-arrest uit 1996 al geregeld in rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Nederlandse recht is daaraan ondergeschikt, zoals bleek toen Koen Voskuil – die als Spits!-verslaggever was gegijzeld door het OM – vorig jaar door het Europese Hof in het gelijk werd gesteld. Journalisten en bloggers krijgen een verschoningsrecht dat ze al hebben.

Dat het geen ongeclausuleerd verschoningsrecht is, hoeft ook niemand te verbazen. Dat was het al niet in het Europese recht. Journalisten mogen zich van het Hof beroepen op bronbescherming als dat in het belang is van een democratische samenleving. Het tweede lid van artikel 10 EVRM somt dan een hele reeks beperkingen op. Het Nederlands wetsvoorstel borduurt daar op voort.

De NVJ had graag gezien dat de wet specifieke beperkingen (het voorkomen van een misdrijf) zou noemen, maar Hirsch Ballin voelt daar niets voor. Als het misdrijf nog gepleegd moet worden – er wordt bijvoorbeeld een terreurdaad gepland – mag justitie niet gehinderd worden door het verschoningsrecht. Maar ook dat is in lijn met Europese rechtspraak.

Korter vast

De winst van het wetsvoorstel is niet principieel, maar wel praktisch. Hirsch Ballin wil het aantal dagen dat een zwijgende journalist kan worden vastgehouden totdat een rechter moet bepalen of hij terecht een beroep doet op bronbescherming beperken tot maximaal zestien. Dat is een aanmerkelijk betere dan de bestaande dertig dagen.

Is de nieuwe wet dan een lege huls? Symboolwetgeving? Misschien wel. Maar het symbool bevalt me wel, het lijkt weinig kwaad te kunnen (baat het niet, dan schaadt het niet). En wie weet leidt de wet ertoe dat een Nederlandse rechter bij een volgende Voskuil iets meer ruimte geeft aan bronbescherming. Een Nederlandse wet voelt misschien anders dan een uitspraak van het Europese Hof.