Plasterks doekje voor het bloeden

De acht miljoen die minister Ronald Plasterk wenst te besteden aan innovatie van de pers, is een doekje voor het bloeden. Dat zei van de week de Groningse burgemeester Jacques Wallage, partijgenoot van PvdA’er Plasterk op een persborrel. Wallage heeft groot gelijk. Acht miljoen is veel te weinig.

Veel interessanter nog vind ik de vraag wat dat innovatiefonds nu eigenlijk moet zien te redden? De pluriforme pers? De oude media? De krant? De journalistiek? Of alleen de kwaliteitsjournalistiek?

Als ik me niet vergis moet de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers, die door Plasterk van de week is ingesteld, zich ook buigen over de vraag hoe kranten zich beter  kunnen beschermen tegen de piraterij van hun “content” op internet. Die opdracht laat zien dat de minister primair vanuit de kranten denkt, niet snapt dat in tijden van nieuwe media de consument het voor het zeggen heeft in een zee van informatie en overigens weinig heeft nagedacht over de langere termijn.

100 miljoen

Het moet natuurlijk anders. Er moet veel meer geld worden vrijgemaakt voor innovatie van de journalistiek (en niet de innovatie van de media, of de kranten, al zou die wel eens een bescheiden middel kunnen zijn of het grotere doel te bereiken. In de journalistiek gaat in Nederland een paar miljard om. Wie wil innoveren in een snel veranderende markt steekt tien procent of meer van zijn omzet in vernieuwing. Er moet dus minstens 100 of 200 miljoen euro komen.

Een deel van dat geld zal moeten worden opgebracht door mediabedrijven.  Maar die zullen niet in staat blijken te zijn om vernieuwing van de journalistiek helemaal te financieren. Daarvoor is een andere geldstroom nodig. Is het niet vanuit de overheid, dan misschien opgehoest door miljardairs als John de Mol of Marcel Boekhoorn.

Dat er overigens iets aan het schuiven is in de waardering voor de journalistiek, laat Yme Bosma van Ymerce zien. Hij citeert Rimmer Mulder, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant en lid van de innovatiecommissie van Plasterk. Mulder zei zich zorgen te maken over professionele journalistiek, en minder over “burgerjournalisten”. Bosma daarover:

Als dat het (zeer beperkte) wereldbeeld is van deze persoon, waarom moeten we dan als samenleving 8  miljoen euro uitgeven om dit soort mensen aan het werk te houden? Het is niet de journalistiek die onder druk staat, het zijn de traditionele journalistieke bedrijven die niet kunnen omgaan met een snel veranderende wereld. En als zij willen weten hoe ze moeten overleven, waarom moeten wij daar dan de rekening voor betalen?

Imago

Ik begrijp Bosma wel. Je kunt als media niet om overheidssteun vragen, om geld van de belastingbetaler, en tegelijkertijd weinig oog hebben voor het feit dat die belastingbetaler tegenwoordig terugpraat in de media, zelf een blog heeft, en journalisten soms aanziet voor arrogante betweters. Hoe onterecht dat imago ook is, het bestaat wel, en de journalistiek heeft het deels aan zichzelf te danken.

Waar Bosma beweert dat het dankzij blogs helemaal niet zo slecht gaat met de journalistiek (het gaat alleen slecht met kranten), vergist hij zich. Want Mulder (collega van mij bij NDC Media) maakt zich terecht zorgen over de professionele journalistiek. Die bestaat voor een zeer belangrijk deel dankzij de kranten, maar niet uitsluitend dankzij de kranten. Omdat Mulder de opmerking maakt, en bloggers als Bosma snel verontwaardigd zijn, lijkt het net alsof het Mulder niet om de journalistiek gaat, maar alleen om de oude kranten.

Ik zou willen dat we geen tijd meer hoefden te verspillen aan dit soort achterhoedegevechten. Vernieuwing van de journalistiek – een belangrijk doel in een democratie – is ondenkbaar en op langere termijn nutteloos als die zich beperkt tot vernieuwing van de krant en niet de moderne mediaconsument erbij betrekt.

Reacties zijn gesloten.