Wat zou Google doen

Er is vrijwel niets dat niet beter gedaan zou kunnen worden door Google, of op de manier van Google. Geen bedrijf, overheid of instelling, geen kerk, gezin of organisatie, of het zou beter gaan als het zich wat zou aantrekken van de lessen van Google. Dat beweert Jeff Jarvis, docent journalistiek in New York en mijn favoriete blogger in What would Google do?

Jarvis streed ooit op zijn blog tegen computerfabrikant Dell; met succes, want Dell ging beter naar klanten luisteren. Maar die houding – transparant, geinteresseerd – kan ook elders in de samenleving veel goed doen. Makelaars zouden ervan kunnen leren, autofabrikanten, universiteiten, banken, verzekeraars, et cetera.

Aan het eind van WWGD heeft Jarvis het ook over zijn eigen wereld, de universiteit. Veel van wat een universiteit doet kan op de wijze van Google, behalve een ding, zegt hij: lesgeven. Waarom kun je de macht niet uit handen geven aan studenten? Omdat ze, aan het begin van hun studie, niet weten wat ze niet weten, niet weten waarnaar ze moeten zoeken.

Die stelling is natuurlijk niet helemaal houdbaar; studenten weten vaak best wat ze zouden willlen weten. Maar toch geeft deze opmerking van Google enig zicht op het post-Google-tijdperk (want ook dat komt er ooit aan). Na kennis (vroeger het werk van experts) en kennis 2.0 (alles wat uit een zoekopdracht en een vriendennetwerk komt), ontstaat kennis 3.0: de kennis over wat we nog niet weten, wat niet doorzoekbaar is, informatie waarvan we niet eens weten dat we er behoefte aan zullen krijgen, waarvan we zelfs geen vermoeden hebben.

Geef mij maar een vraag en geen antwoord, schreef de dichter Rutger Kopland ooit. Het zou het motto kunnen zijn voor een boek over de kennis die overblijft als we alles weten. Over de vragen die resteren als Google elke vraag kan beantwoorden.