Plasterk of filantroop zal buitenland-correspondenten moeten financieren

Met de gedachte dat de bestaande, betaalde kranten over tien of vijftien jaar verdwenen zullen zijn, kan ik leven.  Maar niet met de ondergang van de journalistiek. Daarom zullen journalisten hun media opnieuw moeten uitvinden en zal de overheid moeten bijspringen: ik vrees dat de Nederlandse pers al binnen vijf jaar niet meer zonder gesubsidieerde buitenlandse correspondenten zal kunnen.

Door de dalende oplages – min 20 procent sinds 2001 -, mislukte avonturen met buitenlandse eigenaren (PCM en Apax, Wegener en Mecom) en tenslotte de kredietcrisis zijn alle Nederlandse dagbladen diep in de sores terecht gekomen. In hun kielzog vergaat het de persbureaus ANP en GPD niet beter. Voordat ze vaste redacteuren aan de dijk zetten, moeten freelancers eraan geloven.

De meeste buitenlandcorrespondenten werken freelance. Ik vrees dat dat steeds lastiger zal worden. Kranten hebben geen keus. Hun verdienmodel is defect en nieuwe omzet uit internetnieuws is er nog onvoldoende. Ze moeten wel snijden.

Het buitenlands nieuws is het eerste slachtoffer. Met name de eigen reportage; kale feiten komen wel van persbureaus als AP en Reuters die een nog steeds groeiende greep op het nieuws krijgen, wat in zichzelf beangstigend is.

Ik zie maar twee oplossingen. Ofwel richt een filantroop als Marcel Boekhoorn (De Pers) een fonds op voor buitenlandcorrespondenten, ofwel doet de overheid dat, minister Plasterk dus. Over de onafhankelijkheid van zo’n gesubsidieerd netwerk maak ik me geen zorgen – dat doe ik ook niet waar het gaat om het netwerk van de door de overheid gefinancierde NOS.

Reacties zijn gesloten.